Alle horecaverboden in Achterhoek sinds 2011 al onbehoorlijk c.q. onrechtmatig!

Beste luitjes,

Naar aanleiding van het bericht, dat zo juist door De Gelderlander is gepubliceerd, geef ik bij deze een eerste reactie. Deze week heb ik contact gehad met de pers en media in verband met een opgelegd horecaverbod, waarbij deze en vorige week vast is komen te staan, dat de politie in de gehele Achterhoek al tientallen, zo niet honderden onrechtmatige horecaverboden oplegt in gemeenten in de Achterhoek, sinds minimaal 2011, zo niet 2007. Daarbij zijn zelfs onrechtmatig vele jongeren gearresteerd voor lokaalhuisvredebreuk de afgelopen jaren, terwijl de politie dus onrechtmatig en zelfs crimineel heeft gehandeld.

 

Reeds in 2011 heeft de Nationale Ombudsman al het opleggen van horecaverboden door de politie, als partijdige partij vaak, aangemerkt als onbehoorlijk en ik denk ook dat iedere eerlijke rechter dit als onrechtmatig zou aan merken. Hier mee is eens te meer door mij bewezen, dat de politie en vooral de oudere politie agenten in de Achterhoek zelf crimineel, vals, achterbaks en onrechtmatig handelen, net als dat Joris Demmink een verkrachter is van minderjarige jongens en ook aanwezig was bij de moord op Manuel Schadwald in 1994 al. Overigens is ex-Officier van Justitie en ex-Staatssecretaris van Justitie Fred Teeven de bron van deze moordzaak. Het lichaam van Manuel Schadwald is verzwaard in het IJsselmeer gedumpt in de omgeving van Muiden.

 

Hoe verhoudt zicht dit tot de zaak van mijn moeder en vijf jaar lang vals recherche onderzoek van 2008 tot 2013, dus een onrechtmatig vals zeer leugenachtig onderzoek, dat mijn privacy continu heeft geschonden en hoe verhoudt zich dit tot de zaak #MH17, waarbij de Russische sprekende bevolking, hoe triest die zaak ook is, wel de lichamen in een oorlogsgebied weet te verschepen naar Nederland, maar dit andersom niet geldt voor Manuel Schadwald in Nederland? De moeder van Manuel Schadwald wordt overigens nog steeds in het ongewisse gelaten en dat al 20 jaren…

 

Verder is in de zaak Marianne Vaatstra, daags na de moord door Joris Demmink als Directeur-Generaal van politie en COA al in 1999 de Irakese moordenaar Ali Hassan naar Noorwegen verscheept. Andere mededaders waren zijn Irakese vriend Feik Mustafa en de in de pedowereld bekende Duitse ”leveranciers” Ludger Dill en Wolfgang Hebben. Dit betekent, dat er in Friesland destijds een vals DNA-onderzoek onder meer dan 8000 Friezen hebben plaats gevonden en binnenkort zal Wim Dankbaar met een nieuw boek in deze zaak komen, namelijk het “Complot Vaatstra”. Vanwege auteursrechten is namelijk enkel en alleen “Het Verboden Dagboek van Maaike Vaatstra” op 18 maart 2015 hoofdstuk 4 in die zin verboden verklaart, dat niet letterlijk geciteerd mag worden uit het dagboek van de moeder van Marianne Vaatstra. Echter zijn Wim Dankbaar en Hans Mauritz op alle andere punten in het gelijk gesteld door het Gerechtshof. Hier onder is alles te vinden over de onrechtmatige horecaverboden en Horeca Convenanten in de Achterhoek:

 

Geachte heer Lensink,

 

De vragen die u stelt in onderstaande e-mail (genummerd 1 tot en met 10), kan ik als volgt beantwoorden.

 

Zoals toegezegd vindt u in de bijlage het Horeca-convenant 2007 voor Oost Gelre. Het is ook te vinden op www.oostgelre.nl.

 

Helaas beschik ik niet over de aantallen horecaverboden die zijn uitgereikt sinds het van kracht worden van het convenant, te weten 27 februari 2007. Het convenant is overigens tot stand gekomen op initiatief van de politie van het voormalige district Achterhoek.

 

Klachten over toepassing van het convenant en het uitreiken van horecaverboden zijn mij evenmin bekend. Hetzelfde geldt voor mogelijke arrestaties in dit kader.

 

Voor zover ik weet is er geen klachtencommissie geformeerd om eventuele klachten, zoals hiervoor bedoeld, in behandeling te nemen.

 

De andere gemeenten in de Achterhoek hanteren een vergelijkbaar model als onze gemeente.

 

Ik hoop u met deze informatie van dienst te zijn geweest.

 

Met vriendelijke groet,

 

A. de B.

adviseur openbare orde en veiligheid

Beste heren van de gemeente inzake het Horeca Convenant, De Nationale Ombudsman en advocaten,

Vanmiddag heb ik getelefoneerd met de heer De B. en ik als zowel mijn advocaten, als De Nationale Ombudsman, vermoed ik, hebben een aantal vragen, aangezien er mij een horecaverbod is opgelegd, dat onbehoorlijk is uitgereikt (door de politie, die partij c.q. criminele dader van een reeks van onrechtmatige daden in deze jegens mij via jarenlange stalking, mishandeling, bedreiging en intimidatiepraktijken en mijn familie onder meer is), als ook onbehoorlijk is (voor alle circa 100 vermoed ik horeca gelegenheden in de gehele gemeente, waar ik al meer dan 18 jaren kom, bijna wekelijks en zeker met enige regelmaat, als ook voor een belachelijk lange duur, terwijl de politie geen zeggenschap heeft over de soevereiniteit van de horecagelegenheden, de doelgroep en de bezoekers van de horeca gelegenheid, want daar gaat naar mijn mening de eigenaar en medewerkers over). Overigens ga ik ook op geen enkele wijze mede werken aan dit list en bedrog plannetje, dat door de politie al van tevoren is bedacht en waarbij men wederom onrechtmatig en zeker onbehoorlijk jegens mij heeft gehandeld. Ik verwacht onmiddellijk openbare excuses van de politie in deze, ook al is het totaal nep, zoals bij de valse arrestatie van Hans Maessen en Joanna van der Hoek in Amsterdam destijds. Dit is namelijk exact hetzelfde valse spel. 

Al in 2011 heeft de Nationale Ombudsman en terecht, vanwege klacht jegens het onbehoorlijk uitreiken van een horecaverbod inzake Horeca Convenant Zwolle, vanwege bovenstaande zaken onder meer, besloten, dat dit horecaverbod, mijn in ziens enkel en alleen door de betrokken horeca ondernemer kan worden uitgereikt. Het slaat ook nergens op, om m.b.t. een gebeurtenis in Zieuwent mij de toegang te ontzeggen voor b.v. voetbalkantines of horecagelegenheden in andere dorpen als Lichtenvoorde, Vragender, Marienvelde, Zwolle, Groenlo of Harreveld etc. etc. Bovendien ken ik meerdere horeca ondernemers persoonlijk zeer goed, ben ik een regelmatige bezoeker van horecagelegenheden en heb ik daar normaal gesproken geen problemen mee en op zich ook niet met de bevolking of inwoners van de gemeente Oost-Gelre of de horecabezoekers (daar drink ik zelfs graag een drankje mee en sommige enthousiastelingen vroegen en vragen mij vaak met hen een drankje te doen, zelfs afgelopen weekend nog via social media kreeg ik dit verzoek van een bekende Lichtenvoordenaar), maar wel met bepaalde politie ambtenaren, waarvan de valse nep – rechercheur mij zelfs enkele dagen voor Prinsjesdag 2013 midden in de nacht heeft belaagd en bedriegd met een onzin verhaal over een kale man op een witte fiets, die een meisje zou hebben lastig gevallen, als ook valselijk verhoord inzake een valse overleveringszaak rondom de Kroning in 2013, als ook naar sinds enige maanden is gebleken en dat maakt mij ook woedend, de valse veroordeling van Jasper Steringa in de zaak Marianne Vaatstra, die toen ook speelde in relatie tot de zaak Joris Demmink en de moord op Manuel Schadwald, al gepleegd in 1994.

Er komt nog bij, dat deze rechercheur mij het eerst heeft aangesproken c.q. lastig vallen, toen hij dus voor Prinsjesdag 2013 in de tuin van Van Ooijen naar mij toe kwam, toen ik met een ex-collega, voormalig uit Lievelde sprak tijdens de Lichtenvoordse Kermis, dat hij geen problemen met mij had, maar ik herkende hem toen niet meer en vroeg nog aan mijn ex-collega of hij hem kende. Pas toen ik hem nog geen 10 dagen later bij mij in de straat tegen kwam, herkende ik hem, ook te meer daar hij een oortje in had en de rechercheurs, waaronder hulpofficier van justitie bedreigden mij, als ik hen nog zou volgen of geluid zou maken en even daarvoor kwamen ze met een vals verhaal, als ook gaven ze valse identiteiten op van burgers uit Winterswijk.

Vervolgens ging meneer, die in het PV op staat gevoerd als Verbalisant nummer 1 of nummer 2, dus ik weet de naam er nu niet van, ook nog naast mij staan na een wedstrijd van het Nederlands Elftal op het WK vorig jaar. Toen vroeg ik hem hoe hij heette en ging hij gelijk over de zeik en waarschijnlijk valselijk liegen, dat hij fysiek was aangevallen. Sinds die tijd, zeker in verband met allerlei ontwikkelingen in mijn zaken, zoals meervoudig meineed plegen door zowel politie agenten als handlangers, heeft meneer het bij mij verbruid. Te meer, daar ik alleen al voor de zaak rondom de Kroning 80 dagen valselijk in detentie heb gezeten. Ik vind dan ook, dat ik als die valse rechercheur mij in een horeca gelegenheid tegen komt, dat hij maar moet vertrekken naar een andere tent en uit mijn buurt moet blijven. Hij mag zelfs nog blij zijn, dat hij nog kan werken als rechercheur, want zijn gedrag is buiten gewoon crimineel te noemen. Verder heeft meneer de problemen zelf, ook in horeca gelegenheden zelf 2 maal opgezocht, als ook door een onzin verhaal te vertellen bij mij midden in de nacht in de straat met hOVJ Wilco Te Brake. Nu heb ik in dit kader de volgende vragen aan de medewerkers van de gemeente Oost-Gelre, die gaan over dit soort zaken, zoals:

1. Hoe lang bestaat dit Horeca Convenant voor de Gemeente Oost-Gelre al, dus sinds wanneer exact?

2. Wie was de initiatiefnemer m.b.t. het opzetten van het Horeca Convenant?

3. Waar kan ik de informatie betreffende dit Horeca Convenant vinden of kunt u mij dit toesturen?

4. Sinds wanneer worden deze idiote horecaverboden uitgereikt en hoeveel zijn er al uitgereikt en waarom?

5. Ik heb zelfs in krantenberichten gelezen, dat er meerdere mensen zijn gearresteerd, zoals jongeren, die zich niet kunnen verweren vaak tegen de onrechtmatigheid en onbehoorlijkheid van dit soort zaken. Hoeveel mensen zijn er m.b.t. deze zaken al (en dus onrechtmatig) gearresteerd?

6. Hoeveel klachten zijn er binnen gekomen over dit Horeca Convenant of de horeca verboden en kunt u deze klachten, als er vele zijn onder verdelen in aard van de klacht, als ook de klagers?

7. Sinds hoe lang bestaat de klachtencommissie voor dit Horeca Convenant al?

8. Wie hebben er exact zitting nu in de klachtencommissie voor dit Horeca Convenant en wie hebben er in het verleden zitting in die klachtencommissie gehad?

9. Hoeveel klachten zijn er behandeld en wat waren de uitspraken van de klachtencommissie voor dit Horeca Convenant en idiote horecaverboden in relatie tot extreme duur en aantal van horecagelegenheden? Opmerking: dit komt op mij over als een soort van verbanning, dan wel onrechtmatige uitzettingsprocedure uit de betrokken gemeente in spreekwoordelijke zin en dat is helemaal schandalig, daar ik autochtoon inwoner ben van deze streek, als ook dit land!

10. Welke en hoeveel gemeenten hebben nog meer zo`n Horeca Convenant?

Buiten dit feit, heb ik ook nog enkele andere vragen, daar ik recentelijk heb lopen zoeken op www.rechtspraak.nl inzake een aantal bijzonder interessante strafzaken in relatie tot mijn persoonlijke zaken om een aantal redenen, qua rechtsgelijkheid.

Vorig jaar zijn er 3 jonge jongens in Lievelde met wapens aangehouden, die in of rondom de Beuksveld met gedoofde lichten hebben gereden. Op www.rechtspraak.nl kan ik echter geen uitspraak vinden, jegens deze betrokkenen. Wat deden deze jonge jongens hier in de straat met wapens en gedoofde lichten al rijdend door Meddo en wat is de uitspraak geweest in het proces?

Ook is er de afgelopen 2 jaren een vrijwillige medewerkster bij Sportclub Meddo betrapt op diefstal van kassa inkomsten en ook hierbij kan ik geen uitspraak vinden op www.rechtspraak.nl Wat was hierover de uitspraak van de rechtbank Gelderland?

Hoe kan het, dat ik nu wordt aangeklaagd voor mishandeling, terwijl ik als enige vorige week zondag gewond ben geraakt, aangezien onder meer mijn duim is ontzet om mij met geweld in principe te arresteren, terwijl ik hard wegliep voor een mogelijk onrechtmatige arrestatie? Hoe kan het, dat ik de afgelopen 7 jaren al in meer of mindere mate gewond ben geraakt en zelfs thuis met geweld ben gearresteerd voor het bellen van de politie en studenten van b.v. het Maagdenhuis zelfs tot hersenschuddingen aan toe zijn mishandeld, vanwege geluidsmanifestaties, die de politie overigens zelf ook organiseert i.v.m. de politiecao, als ook gestalkt, beledigd, belasterd, gesmaad en wat al niet meer en daar geen aanklacht van kan doen, laat staan, dat er excuses, waarheidsvinding of strafvervolging of een eerlijk proces (geding / mediation) plaats vind?

Bij deze hou ik mij het recht voor meer of specifiekere vragen te stellen en ik dank jullie bij voorbaat, zoals de heer De B. heeft beloofd vandaag, deze vragen op korte termijn schriftelijk, dus het liefst per e-mail te beantwoorden. Bij deze geef ik mijn bezwaren kenbaar en maak ik duidelijk, dat ik mij op geen enkele wijze meer, genoodzaakt voel om aan vorderingen, welke dan ook, van een criminele leugenachtige valse politie- en justitie apparaat te voldoen, als ik daar geen noodzaak toe voel, aangezien zelfs het Gerechtshof Den Haag en de Rechtbank Zutphen al impliciet hebben toe gegeven, dat er sprake is van een hele reeks van onrechtmatige daden jegens mij gepleegd en hiervoor liggen er nu procedures tegen de Staat der Nederlanden bij de betrokken Ministers. Dit zal ik dan ook per specifiek geval beoordelen, maar het horecaverbod beschouw ik als onbehoorlijk en onrechtmatig, niet alleen jegens mij, maar jegens ik vermoed bijna iedereen, waar deze aan is uitgereikt, zeker sinds 2011. Ik verwacht eigenlijk, dan ook onmiddellijk excuses aan mij en andere benadeelden, waarschijnlijk onwetende jongeren, die zichzelf moeilijk juridisch kunnen verdedigen tegen deze sluwe onrechtmatige zaken, waarbij ook nog vast staat, dat politie en justitie er niet voor terug deinzen allerlei leugens, laster en smaad te gebruiken c.q. misbruik te plegen.

Derhalve maak ik er bezwaar tegen, dat dit e-mail bericht, als ook mijn andere e-mail berichten, die ik aan gemeenten in de Achterhoek heb verstuurd, worden door gestuurd naar andere externe (horeca)organisaties en / of de plaatselijke - regionale politie, aangezien deze laatste, de politie (en justitie dus) in tegenstelling tot wat velen denken, totaal onbetrouwbaar en crimineel vals onrechtmatig bezig zijn, blijkt uit mijn zaken, maar vooral ook de zaken rondom Joris Demmink, Marianne Vaatstra en Manuel Schadwald en nog veel meer zaken, want dit is het topje van de ijsberg is me nu wel duidelijk geworden. Verder hou ik zowel Albert De Graaf, die ik hier afgelopen dinsdag al thuis over heb gebeld, maar die daar blijkbaar niet van gediend was en gelijk op hing om teamchef van de politie Winterswijk te bellen om mij weer met geweld te laten arresteren en de voordeur van het huis van mijn vader te dreigen te vernielen via opmerkelijk genoeg een telefoontje naar mij thuis (want dat mag dan weer wel, wat ik niet mag), hier voor voorlopig verantwoordelijk, als ook zeker de betrokken nep-rechercheur. In afwachting van beantwoording van de vragen op zo kort mogelijke termijn, verblijf ik. Bij voorbaat dank voor de interesse en medewerking. Met vriendelijke groeten,

Erwin Lensink

 

Geachte heer Lensink,

 

Ter zake uw vraag over het horecaverbod geldt dat dit verbod is opgelegd op grond van het Horecaconvenant Oost Gelre. Wij zullen het convenant bestuderen en bezien of het mogelijk is om bezwaar te maken tegen het horecaverbod. Met name de aanleiding van de maatregel –dat u zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit- is prematuur. Het is de rechter, die bij vonnis beslist of u al dan niet een strafbaar feit heeft gepleegd. Tot die tijd bent u verdachte. Ook de periode van het horecaverbod is aanzienlijk.

 

Met vriendelijke groet,

 

 

Mr. Heijkant

 

Heijkant Advocaten

 

Date: Fri, 17 Apr 2015 18:06:02 +0200

Beste betrokken Nederlanders,   Bij deze onderstaande info in het grootste schandaal sinds de Tweede Wereldoorlog. Met vriendelijke groeten,   Erwin Lensink   www.erwinlensinkvrij.nl   Manuel Schadwald vermoord in aanwezigheid van Joris Demmink. IRT affaire voortgezet. Ministerie van Justitie = Ministerie van Kindermoordenaars, jongensverkrachters, vermissingen en verdwijningen en hoe kan dit in relatie tot de slachtoffers van MH17? Joris Demmink is SG geworden na de gepleegde moord op Pim Fortuyn en hoe zit het met prominent PVDA-er Maarten Van Traa, als voorzitter van de IRTaffaire? Ik onderschrijf de conclusies van Maarten Van Traa en Pim Fortuyn, maar het is zelfs nog vele malen erger, dan dat rapport en boek Puinhopen van Paars…
Provinciale Staten Den Haag post bezorgen omtrent Manuel Schadwald:
Politieactie Malieveld in verband met politiecao, Manuel Schadwald, Erwin Lensink en Provinciale Staten Zuid-Holland:
Erwin Lensink en de politieacties in Den Haag en de zaak Manuel Schadwald:
Onrechtmatig aangemerkte arrestatie door bezwaarschriftencommissie Gemeente Den Haag en arrestatie 30 november 2013:
HULPOFFICIER VAN JUSTITIE WILCO TE BRAKE EN VALSE RECHERCHEUR R.J. TEN BRUIN BEDREIGEN MIJ MIDDEN IN DE NACHT EN GEVEN ZICH VALSELIJK UIT VOOR BURGERS “WILLEMSEN” EN “HENDRIKSEN” UIT WINTERSWIJK, VLAK VOOR PRINSJESDAG, WAARNA IK ZE LAAT ARRESTEREN MET BEHULP VAN MIKE KERSTEN:

Erwin Lensink weet zich bespied

Geplaatst op
Laatste update
Foto’s
1
Reacties
Reacties (10)
Beschrijving
Erwin Lensink.
Fotograaf
DG
  • Afbeelding    
    Beschrijving
    Erwin Lensink.
    Fotograaf
    DG
MEDDO – Erwin Lensink, de man die 3 jaar geleden een waxinelichthouder naar de gouden koets gooide, wordt volgens hem bespied door ‘mannen met oortjes’. “Afgelopen vrijdagnacht zag ik ze hier bij het Beuksveld toen ik naar huis liep.
Ik heb er een aangesproken, en hij zei dat ze uitkeken naar een kale man op een witte fiets, die een meisje lastig gevallen zou hebben.” Stalking Een onzinverhaal volgens Lensink, die de politie van ‘intimidatiepraktijken’ en ‘stalking’ beticht. Het duo is na een woordenwisseling met Lensink door de politie opgehaald. Die zegt dat het om collega’s gaat, maar niet te kunnen vertellen waarom de mannen er stonden.

Zie ook

 

Wilco te Brake

Tactisch- en Administratief recherche coördinator alsmede Hulpofficier van Justitie Politie Noord- en Oost-Gelderland

Locatie

Enschede en omgeving, Nederland

Bedrijfstak

Wetshandhaving

                           

   Huidig    

  1. Politie       Noord- en Oost-Gelderland
Vorig    

  1. Politie       Noord- en Oost-Gelderland,
  2. Politie       Rotterdam-Rijnmond,
  3. Group       4 beveiliging.
Opleiding    

  1. Politie       academie te Apeldoorn

154connecties

Word lid van LinkedIn en krijg toegang tot het volledige profiel van Wilco te Brake

 

Word lid van LinkedIn en krijg toegang tot het volledige profiel van Wilco te Brake

 

Word lid van LinkedIn en krijg toegang tot het volledige profiel van Wilco te Brake. Het is gratis!

Als lid van LinkedIn maakt u deel uit van een netwerk van 300 miljoen professionals die connecties, ideeën en carrièrekansen delen.

  • Bekijk     wie u allebei kent
  • Word     voorgesteld
  • Neem     rechtstreeks contact op met Wilco te Brake

Bekijk het volledige profiel van Wilco te Brake

2011/330:  Man ontvangt horecaverbod van politie vanwege verdenking van mishandeling

Instantie: Regiopolitie IJsselland

Klacht:verzoeker na aanhouding een rode kaart uitgereikt, met als consequentie dat hij zich gedurende een jaar niet in horecagelegenheden in Zwolle mag vertonen

Oordeel: gegrond

Verzoeker werd ervan verdacht dat hij in een café een portier zou hebben mishandeld. In verband daarmee werd door de politie, namens de horeca Zwolle, een rode kaart aan verzoeker uitgereikt. De rode kaart had als consequentie dat verzoeker zich gedurende een jaar niet in horecagelegenheden in de gemeente Zwolle mocht vertonen. Indien verzoeker zich op een later moment alsnog in een van de aangesloten horecagelegenheden, waartoe hem de toegang was ontzegd, zou vertonen en vervolgens zou weigeren om deze te verlaten, dan zou hij door de politie kunnen worden aangehouden wegens het plegen van huisvredebreuk.

Verzoeker klaagde erover dat hij na zijn aanhouding van een politieambtenaar van het regionale politiekorps IJsselland een rode kaart heeft gekregen. Het onderzoek van de Nationale ombudsman richtte zich op de verhouding tussen het uitgangspunt dat iemand onschuldig is tot het tegendeel bewezen is en de consequenties die aan een gele- en rode kaart zijn verbonden.

De Nationale ombudsman was van oordeel dat de politie, door een zo prominente rol te spelen bij de privaatrechtelijke “bestraffing” door horeca-ondernemingen, voordat de rechter zich over de strafzaak heeft uitgesproken, handelt in strijd met het verbod op vooringenomenheid.

De Nationale ombudsman deed aan de politie de aanbeveling om de gele- en rode kaarten in de toekomst niet langer door een politieambtenaar te laten uitreiken maar juist door een vertegenwoordiger van de Horeca Zwolle.

Verzoeker klaagt erover dat hij na zijn aanhouding van een politieambtenaar van het regionale politiekorps IJsselland een rode kaart heeft gekregen. Het onderzoek van de Nationale ombudsman richt zich op de rol van het Openbaar Ministerie en van de regiopolitie IJsselland bij het uitvoeren van het Protocol Horeca Veelpleger Systeem. Invalshoek hierbij is de verhouding tussen de presumptio innocentiae en de consequenties die aan een gele- en rode kaart zijn verbonden.

Feiten

Verzoeker bracht in de binnenstad van Zwolle een bezoek aan een café. Verzoeker werd door een portier uit het café verwijderd en vervolgens door politieambtenaren van het regionale politiekorps IJsselland aangehouden en voor verhoor overgebracht naar het politiebureau. Verzoeker werd ervan verdacht de portier te hebben mishandeld. Op het politiebureau kreeg verzoeker van de politie een rode kaart uitgereikt. De rode kaart had als consequentie dat verzoeker zich gedurende een jaar niet in horecagelegenheden in de gemeente Zwolle mocht vertonen. Indien verzoeker zich op een later moment alsnog in een van de aangesloten horecagelegenheden, waartoe hem de toegang was ontzegd, zou vertonen en vervolgens zou weigeren om deze te verlaten, dan zou hij door de politie kunnen worden aangehouden wegens het plegen van huisvredebreuk.

Visie verzoeker

Verzoeker ontkent dat hij de portier heeft mishandeld. Verzoeker heeft er veel moeite mee dat hij vooruitlopend op het strafproces bij de rechter wordt gehinderd in zijn vrijheid om horecagelegenheden in de gemeente Zwolle te bezoeken. Voor zijn gevoel is hij op die manier al tot een straf veroordeeld terwijl de strafrechter zich nog niet heeft uitsproken over zijn zaak. Hij voelt zich daarom schuldig tot het tegendeel bewezen is terwijl dat volgens hem juist andersom zou moeten zijn.

Visie Korpsbeheerder

Volgens de korpsbeheerder is het Horeca Veelpleger Systeem een van de onderdelen van het project Veiligheid Op Straat (VOS) dat begin jaren ’90 van de vorige eeuw was ontstaan vanuit de wens van de politie, de gemeente en de horeca om samen het geweld op straat aan te pakken. Volgens de korpsbeheerder hebben de afspraken en maatregelen die voortvloeien uit het VOS project een positieve invloed gehad op het tegengaan van het uitgaansgeweld. In augustus 2009 is door de gemeente Zwolle, de politie IJsselland, het Openbaar Ministerie Zwolle-Lelystad, de Koninklijke Horeca Nederland (afdeling Zwolle) en de Horeca Evenementen Stichting Zwolle het convenant Horeca Veelpleger Systeem (HVS) afgesloten. In het protocol HVS zijn de spelregels vastgelegd. Op grond van het HVS kan aan een bezoeker, die als ongewenst wordt beschouwd, afhankelijk van de ernst van diens gedrag, een gele- of rode kaart worden uitgereikt. Wanneer een bezoeker een waarschuwing krijgt dan ontvangt hij een gele kaart. Wanneer een bezoeker de toegang tot meerdere horecagelegenheden wordt ontzegd dan ontvangt hij een rode kaart. Indien een bezoeker een horecamedewerker met een wapen bedreigt dan kan hem de toegang tot alle bij het convenant aangesloten horecagelegenheden worden ontzegd.

Volgens de korpsbeheerder is de belangrijkste voorwaarde voor het gebruik van het HVS dat een kaart alleen kan worden uitgereikt aan een verdachte. Dat betekent dat er naar aanleiding van het incident aangifte is gedaan en/of een aanhouding is verricht op grond waarvan een proces-verbaal is opgemaakt. Afhankelijk van de ernst van het feit wordt door de politie, namens de deelnemende horecaondernemers in Zwolle, aan de verdachte een gele- of rode kaart uitgereikt. Volgens de korpsbeheerder zijn de deelnemende horecaondernemers vervolgens verantwoordelijk voor het handhaven van de collectieve horecaontzegging. In de praktijk betekent dit dat zij een persoon die een rode kaart heeft, verzoeken om hun horecagelegenheid te verlaten.

De politie is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving. Dat betekent dat indien de houder van een rode kaart weigert om een horecagelegenheid van een van de deelnemende horecaondernemers te verlaten, deze persoon zal worden aangehouden op grond van het plegen van huisvredebreuk.

Volgens de korpsbeheerder is het uitgangspunt dat iemand onschuldig is tot het tegendeel is bewezen, een strafrechtelijk beginsel. Het opleggen van een horecaverbod is volgens de korpsbeheerder een civielrechtelijke bevoegdheid van de horeca-ondernemer aangezien deze, binnen bepaalde grenzen, zelf kan bepalen wie hij toelaat in zijn onderneming en wie hij die toegang ontzegt.

Volgens de korpsbeheerder wordt de persoon die een kaart krijgt uitgereikt, geïnformeerd over de rechten die hij heeft op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens. Daarnaast is voorzien in een klachtenregeling die het voor de rode kaarthouder mogelijk maakt om binnen veertien dagen zijn beklag te doen bij de horeca Zwolle over de beslissing om hem een collectieve ontzegging op te leggen. De klacht wordt behandeld door het VOS-team dat bestaat uit vertegenwoordigers van de horeca Zwolle, de politie IJsselland en de gemeente Zwolle). Daarnaast kan de kaarthouder middels een onrechtmatige daad actie de opgelegde collectieve ontzegging aanvechten bij de civiele rechter. Een kaart kan, voor het verstrijken van de geldigheidsduur, worden ingetrokken indien er vrijspraak volgt voor het strafbare feit waarvoor de gele- of rode kaart was uitgereikt.

Visie minister van veiligheid en justitie

Volgens de minister is het doel van het convenant HVS gericht op het tegengaan van uitgaansgeweld in de binnenstad van Zwolle. Volgens de minister vormt de samenwerking met de horecabedrijven een voorbeeld van de gezamenlijke aanpak van geweld. En dergelijke aanpak is volgens de minister van groot belang omdat dit een effectieve aanpak van geweld mogelijk maakt.

Volgens de minister speelt het Openbaar Ministerie geen rol bij het opleggen van een rode- of gele kaart (hierna: kaart). Volgens de minister heeft de kaart een civielrechtelijk karakter en is er daarom geen sprake van een strafrechtelijke sanctie. Volgens de minister wordt er door het opleggen van de kaart geen oordeel gegeven over de strafrechtelijke verwijtbaarheid van degene die de kaart ontvangt. Volgens de minister is het Openbaar Ministerie in zoverre betrokken dat zij de politie informeert over de beslissing van de rechter in de zaak die aanleiding gaf voor het uitreiken van de kaart. Het protocol schrijft voor dat de kaart wordt ingetrokken in het geval waarin de kaarthouder wordt vrijgesproken.

Volgens de minister bevat het protocol een aantal waarborgen voor de kaarthouder. Het protocol voorziet niet in de mogelijkheid om aan de ontvanger van een kaart achteraf schade te vergoeden.

Het protocol Horeca Veelpleger Systeem

Het gele- en rode kaartenbeleid vindt zijn basis in het Convenant Horeca Veelpleger Systeem en is verder uitgewerkt in het daarop geënte Protocol Horeca Veelpleger Systeem (het protocol). De naam van het protocol impliceert dat het van toepassing zou zijn op zogenaamde ‘veelplegers’. Onder een veelpleger wordt doorgaans verstaan een persoon die met enige regelmaat een zelfde soort strafbaar feit pleegt. De inhoud van het protocol wordt, voor zover dit van belang is voor het onderzoek van de klacht van verzoeker, hieronder kort beschreven.

Een gele- of rode kaart kan alleen worden uitgereikt aan een persoon die verdachte is van een of meerdere in het protocol genoemde strafbare feiten die is/zijn gepleegd in relatie met het uitgaan (in Zwolle). Voor een aantal limitatief opgesomde ‘lichte’ strafbare feiten kan een gele kaart worden uitgereikt. Een rode kaart kan worden uitgereikt indien het gaat om de volgende limitatief opgesomde ‘zwaardere’ strafbare feiten: mishandeling (van een portier/ horeca medewerker/ politieambtenaar of een taxichauffeur), bedreiging met een wapen, gebruik van een wapen, handel in soft- en harddrugs, diefstal met geweld, openlijke geweldpleging, (poging tot) zware mishandeling of (poging tot) doodslag. Wanneer een gele kaart voor de tweede keer wordt uitgereikt dan kan dat leiden tot een rode kaart.

In het protocol staat dat horecaondernemers zelf een individueel lokaalverbod kunnen uitreiken en afhandelen. De collectieve ontzegging (rode kaart) wordt, namens Horeca Zwolle, door de politie uitgereikt. Volgens het protocol is dat de rechercheur die de aangifte behandelt. De rechercheur controleert of voor het strafbare feit waarvan de arrestant verdacht wordt, een kaart kan worden uitgereikt. Nadat de rechercheur de verdachte heeft gehoord, pleegt hij overleg met een functionaris van het Openbaar Ministerie. Indien het Openbaar Ministerie besluit om de aangifte te seponeren, zal er geen kaart worden uitgereikt voor het strafbare feit dat is geseponeerd. Indien de verdachte meerdere feiten heeft gepleegd en niet alle feiten geseponeerd worden, dan wordt de kaart uitgereikt voor het (zwaarste) feit dat niet geseponeerd is.

De rechercheur laat de gele- of rode kaart die hij uitreikt door de verdachte voor gezien en ontvangst ondertekenen.

Het protocol voorziet in een aantal waarborgen voor de ontvanger van een kaart. Er wordt middels een formulier aan de ontvanger uitgelegd voor welke doeleinden zijn persoonsgegevens worden vastgelegd, welke rechten hij heeft op basis van de Wet Bescherming Persoonsgegevens, hoe lang zijn persoonsgegevens worden bewaard, hoe lang de waarschuwing of de collectieve ontzegging geldt en er wordt uitleg gegeven over de klachtprocedure. De klachtprocedure houdt in dat de ontvanger van een rode kaart binnen 14 dagen na ontvangst een klacht kan indienen bij de instantie die verantwoordelijk is voor het opleggen van de kaart, c.q. de Horeca Zwolle. De klacht wordt gestuurd t.a.v. de Veiligheid Op Straat (VOS) coördinator. De VOS – coördinator is een politiefunctionaris die als contactpersoon voor de horecaondernemers fungeert. Hij verwerkt tevens namens de horeca de gegevens voor het HVS.

Het adres waarnaar de klacht dient te worden gestuurd is het algemene postadres van de regiopolitie IJsselland. De klacht wordt vervolgens binnen zes weken behandeld door een klachtencommissie die bestaat uit vertegenwoordigers van de horeca, de gemeente en de politie. Het indienen van een klacht brengt niet met zich mee dat de consequentie die aan de kaart is verbonden, wordt geschorst.

oordeel van de nationale ombudsman

1. Het verbod van vooringenomenheid houdt in dat overheidsinstanties zich actief opstellen om iedere vorm van een vooropgezette mening of de schijn van partijdigheid te vermijden. Dit verbod brengt met zich mee dat overheidsinstanties zich terughoudend opstellen bij het vervullen van een actieve rol bij privaatrechtelijke strafmaatregelen die in de particuliere sector aan burgers worden opgelegd.

2. Het is de ombudsman bekend dat de politie steeds meer initiatieven neemt om in samenwerkingsverbanden met verscheidene publieke en/of private partijen diverse vormen van criminaliteit, waaronder geweldcriminaliteit, op een effectieve manier aan te pakken. De focus is daarbij veelal gericht op preventie. Dergelijke samenwerkings-verbanden kunnen echter niet onbegrensd plaatsvinden. Een bekend obstakel wordt gevormd door privacyregelgeving die aan het uitwisselen van politie-informatie met derde partijen beperkingen stelt.

3. In het geval van verzoeker gaat het niet om een privacy-aspect maar juist om een privaatrechtelijke (straf)maatregel die is verbonden aan de symbolisch uitgereikte rode kaart. Deze privaatrechtelijke maatregel wordt door de politie, namens de bij het protocol aangesloten horecaondernemingen in de gemeente Zwolle, opgelegd aan een verdachte die voldoet aan de voorwaarden van het Horeca Veelpleger Systeem protocol (het protocol). De vraag die in dit verband speelt, is hoe ver de politie kan gaan bij het spelen van een rol in deze vorm van ketensamenwerking.

4. Blijkens artikel 2 van de Politiewet 1993 (zie Achtergrond, onder 1) bestaat de primaire taak van de Nederlandse politie uit de handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven. Het verrichten van opsporingsonderzoek naar aanleiding van een ter kennis van de politie gekomen (vermoedelijk gepleegd) strafbaar feit, maakt deel uit van die taak. De politie dient deze opsporingstaak zonder vooringenomenheid te vervullen. Het onderzoek van de politie dient te zijn gericht op het verzamelen van zowel belastende als ontlastende informatie. Het behoort niet tot de taak van de politie om een oordeel te geven over het al dan niet schuldig zijn van een verdachte. Een dergelijk oordeel is namelijk aan de strafrechter voorbehouden die daar, in het geval van een veroordeling, een strafrechtelijke consequentie aan kan verbinden.

5. De Nationale ombudsman acht de wijze waarop de politie is betrokken bij de uitvoering van het gele- en rode kaartenbeleid in de gemeente Zwolle in strijd met het verbod van vooringenomenheid. Hoewel de collectieve ontzegging (rode kaart) door/namens de horeca van Zwolle wordt gegeven, acht de Nationale ombudsman het aannemelijk dat de situatie waarin een politieman een rode kaart uitreikt aan een burger, een grotere impact op de betreffende burger zal hebben dan wanneer een horecaondernemer dat zou doen. De politie treedt normaal gesproken immers op in het kader van de strafrechtelijke handhaving terwijl een horecaondernemer optreedt op basis van het privaatrecht.

6. De Nationale ombudsman heeft ervan kennisgenomen dat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) op 5 juli 2010 via haar website heeft meegedeeld dat het modelprotocol van de Koninklijke Horeca Nederland inzake collectieve horecaontzegging een juiste uitwerking vormt van de verplichtingen en waarborgen uit de Wet bescherming persoonsgegevens. (zie Achtergrond, onder 4) In dit modelprotocol staat beschreven dat alle ontzeggingen (zowel individueel als collectief) door de politie mede “voor gezien” worden getekend. Vervolgens wordt de ontzegging in bijzijn van de politie uitgereikt aan de betrokkene. Als dat niet mogelijk is dan wordt de ontzegging aangetekend verstuurd. Doordat de bij het protocol aangesloten horecabedrijven via een beveiligde website kennis kunnen nemen van de persoonsgegevens van de betrokkene, beschikken zij dus over de adresgegevens van de persoon aan wie een horecaontzegging is opgelegd.

7. De Nationale ombudsman stelt vast dat de werkwijze in Zwolle in zoverre afwijkt van het door het CBP goedgekeurde modelprotocol, dat de collectieve rode kaart door de politie en niet door een vertegenwoordiger van de Horeca wordt uitgereikt. Hij is op basis van het voorgaande van oordeel dat de politie door het in persoon uitreiken van een rode kaart, impliciet de indruk wekt dat de verdachte als dader en daarmee als schuldig kan worden aangemerkt aan het strafbare feit waarvoor de rode kaart wordt uitgereikt. Hierdoor heeft de politie gehandeld in strijd met het verbod van vooringenomenheid. De Nationale ombudsman ziet hierin reden tot het doen van een aanbeveling.

De onderzochte gedraging is niet behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps IJsselland uit Zwolle, is gegrond wegens strijd van het verbod van vooringenomenheid.

Aanbeveling

De Nationale ombudsman doet de beheerder van het regionale politiekorps IJsselland de aanbeveling om de gele- en rode kaarten in de toekomst niet langer door een politieambtenaar te laten uitreiken maar juist door een vertegenwoordiger van de Horeca Zwolle, overeenkomstig de werkwijze zoals beschreven in het modelprotocol Koninklijke Horeca Nederland inzake collectieve horecaontzegging.

Slotbeschouwing

De Nationale ombudsman signaleert dat het afgelopen decennium een ontwikkeling plaatsvindt waarin het privaatrecht steeds meer wordt ingezet om de openbare orde preventief te kunnen handhaven. Waar in het strafrecht allerlei waarborgen en rechten voor een burger zijn ingebouwd, is dat in het privaatrecht veel minder het geval. Het privaatrecht kan burgers dus inperken in hun fundamentele rechten. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het recht op privacy, het recht op bewegingsvrijheid en het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam. In het geval van verzoeker werd middels het geven van een collectieve ontzegging, inbreuk gemaakt op zijn vrijheid om toegang te hebben tot een groot aantal horecagelegenheden in de gemeente Zwolle. De collectieve ontzegging werd door verzoeker dan ook als een straf ervaren. De Nationale ombudsman is zich ervan bewust dat horecaondernemers, zolang zij niet discrimineren, in principe zelf kunnen bepalen wie zij in hun zaak willen hebben en wie niet.

De Nationale ombudsman stelde in deze zaak vast dat de politie een prominente rol speelde in de procedure rond het uitreiken van een gele- of rode kaart (collectieve ontzegging). Zo beoordeelt een rechercheur die een verdachte heeft verhoord of deze verdachte in aanmerking komt voor een gele- of rode kaart. Daarnaast pleegde de rechercheur overleg met het Openbaar Ministerie (OM) om na te gaan of het OM voornemens was om het strafbare feit, dat als kaartwaardig werd aangemerkt, te seponeren. Mocht dat het geval zijn, dan werd er voor dat strafbare feit geen kaart uitgereikt. Mocht een rechter een verdachte later vrijspreken, dan werd een eerder uitgereikte kaart ingetrokken. Het daadwerkelijk uitreiken van een rode kaart geschiedt door een politieambtenaar namens Horeca Zwolle. Verder bleek dat de politie nauw betrokken was bij het behandelen van een eventuele klacht over de uitgereikte kaart. De ontvanger van de kaart kon namelijk tegen de uitgereikte kaart ‘bezwaar’ maken bij een speciaal aangewezen politiefunctionaris. De klacht diende bovendien naar het algemene postadres van de regiopolitie IJsselland te worden gestuurd. Door deze nauwe betrokkenheid en bemoeienis van de politie tijdens het opsporingsproces kreeg met name het uitreiken van de rode kaart door een politieambtenaar een strafrechtelijk karakter. Door een zo prominente rol te spelen bij de privaatrechtelijke “bestraffing” door horeca-ondernemingen, voordat de rechter zich over de strafzaak heeft uitgesproken, handelt de politie in strijd met het verbod van vooringenomenheid.

De Nationale ombudsman,

dr. A.F.M. Brenninkmeijer

Onderzoek

Op 7 juni 2010 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift met een klacht over een gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps IJsselland uit Zwolle.

In het kader van het onderzoek werd de korpsbeheerder verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben.

In het kader van het onderzoek werd betrokkenen verzocht op de bevindingen te reageren.

Tijdens het onderzoek kregen de beheerder van het regionale politiekorps IJsselland en verzoeker de gelegenheid op de door ieder van hen verstrekte inlichtingen te reageren.

Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren.

Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen.

De reactie van de korpsbeheerder gaf aanleiding het verslag op een enkel punt aan te vullen.

Verzoeker gaf binnen de gestelde termijn geen reactie.

Achtergrond

Politiewet 1993

Artikel 2

“De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.”

Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM)

Artikel 6, tweede lid

“Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

Protocol Horeca Veelpleger Systeem (HVS) (Zwolle)

“Het individuele lokaalverbod wordt door de horeca zelf uitgereikt en afgehandeld. Het collectieve verbod vervangt niet het lokaalverbod dat individueel door de horecaondernemers uitgereikt kan worden. De deelnemende horecaondernemers zijn verantwoordelijk voor het handhaven van een collectieve horecaontzegging. Dat wil zeggen dat zij de betrokkene vragen de gelegenheid te verlaten vanwege de ontzegging (rode kaart) die betrokkene heeft ontvangen. De politie heeft als taak (in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag) te zorgen voor de daadwerkelijke (strafrechtelijke) handhaving. Op het moment dat een betrokkene niet voldoet aan de vordering van een horecaondernemer om de gelegenheid te verlaten, kan de politie de betrokkene aanhouden wegens huisvredebreuk.

De belangrijkste voorwaarde voor het gebruik van het HVS is dat een kaart alleen uitgereikt kan worden aan een verdachte. Dat wil zeggen dat een aangifte of aanhouding proces-verbaal moet zijn opgemaakt van het incident. In de aangifte moet vermeld worden dat de deelnemende horecaondernemers wensen dat er een “waarschuwing voor een collectief horecaverbod” (gele kaart) of een “collectief horecaverbod” (rode kaart) wordt opgelegd aan de verdachte.

Het Horeca Veelplegers Systeem is alleen geldig:

Voor (kaartwaardig) gepleegde strafbare feiten en die gepleegd zijn in een horecagelegenheid van een deelnemer of op de daarbij horende terrassen, ongeacht het tijdstip waarop het strafbare feit is gepleegd.

Voor (kaartwaardig) gepleegde strafbare feiten die gepleegd zijn binnen het aangewezen gebied én de daarbij horende vastgestelde tijdstippen en die uitgaansgerelateerd zijn.

Voor (kaartwaardige) gepleegde strafbare feiten, die uitgaansgerelateerd zijn en zijn gepleegd binnen het aangewezen gebied tijdens evenementen die georganiseerd zijn door de Horeca Evenementen Stichting Zwolle (HESZ). (…)

Als voldaan is aan één van deze voorwaarden wordt betrokkene als verdachte van een strafbaar feit aangehouden en overgebracht naar een politiebureau. Daar wordt gecontroleerd of voor het strafbare feit een kaart kan worden uitgereikt. De politie reikt de kaart uit namens de deelnemende horecaondernemers in Zwolle.

Op het politiebureau wordt gecontroleerd of aan de verdachte een waarschuwing (gele kaart) of ontzegging (rode kaart) kan worden uitgereikt. Belangrijke aandachtspunten/ werkmethoden zijn:

-als de verdachte voor meerdere feiten is aangehouden, wordt een kaart uitgeschreven voor het zwaarste feit.

- Indien de verdachte voor meerdere feiten is aangehouden en het OM seponeert een van de feiten, dan moet een kaart worden uitgeschreven voor het feit dat niet is geseponeerd. Als alle feiten worden geseponeerd, wordt er geen kaart uitgereikt.

-Indien een vrijspraak volgt voor het feit waarvoor de kaart is uitgereikt, wordt de kaart ingetrokken.

- De collectieve ontzegging wordt door de politie uitgereikt, namens Horeca Zwolle.

- Horeca Zwolle toetst of een betrokkene de toegang tot de aangesloten horecabedrijven in de gemeente Zwolle daadwerkelijk wordt ontzegd. Het VOS- team (de overige leden) adviseert Horeca Zwolle. Hierbij wordt afgewogen of de daden van de betrokkene daadwerkelijk voldoen aan de voorwaarden van het HVS. De toetsing vindt per geval plaats, waarbij ook rekening wordt gehouden met eventueel bijzonder verlichtende of verzwarende omstandigheden. ”

“Rode kaart (collectieve horecaverbod) wordt uitgereikt aan de betrokkene die een of meerdere van de volgende strafbare feiten gepleegd heeft (in relatie tot het uitgaan):

Mishandeling portier/ medewerker horeca/politieambtenaar/taxichauffeur

Bedreiging met een wapen

Gebruik wapen

Handel in soft- en harddrugs

Diefstal met geweld

Openlijke geweldpleging

Zware mishandeling (poging)

Doodslag (poging)

2.2.3 Tweede rode of gele kaart

- Indien de verdachte al een rode kaart in zijn bezit heeft en hij pleegt opnieuw een strafbaar feit waar een kaart voor kan worden uitgereikt, krijgt hij een tweede rode kaart. Bij een tweede rode kaart wordt dit aan het OM gemeld teneinde om een beslissing te krijgen over de inverzekeringstelling en voorgeleiding bij de rechter-commissaris. Bij een voorgeleiding bij de rechter- commissaris zet het OM in op schorsing van de bewaring onder de bijzondere voorwaarden van een gebiedsverbod. (….) ”

“2.5 Waarborgen voor betrokkene

Betrokkene krijgt van de politie een uitdraai van het formulier van het collectieve horecaverbod (CHV) uitgereikt. Het formulier geeft informatie over:

De doeleinden waarvoor de gegevens van betrokkenen worden vastgelegd;

De rechten die betrokkene op grond van de Wet Bescherming

Persoonsgegevens toekomen;

De looptijd van de waarschuwing en de CHV en de bewaartermijnen van de

persoonsgegevens;

De klachtprocedure.

(….)

Ad 4. Klachtprocedure

Betrokkene kan schriftelijk een klacht indienen bij de verantwoordelijke (horeca

Zwolle) tegen het feit dat hem / haar een collectieve ontzegging (rode kaart) is

opgelegd.

De verantwoordelijke behandelt de klacht in een klachtencommissie, die bestaat

uit het VOS-team (vertegenwoordigers van de horeca, politie en gemeente).

De klacht dient 14 dagen na ontvangst van de collectieve ontzegging te worden

ingediend.

De klacht heeft geen schorsende werking voor de waarschuwing of ontzegging.

De verantwoordelijke doet de klacht binnen zes weken af.

Op de collectieve ontzegging is de klachtprocedure aangegeven. De klacht kan gericht worden aan Horeca Zwolle t.a.v. de VOS – coördinator , Postbus 611, 8000 AP Zwolle.”

Taakomschrijving

Actor

Uitleg

1.3.1 Overleggen met OM

Rechercheur

Nadat de rechercheur de verdachte heeft gehoord, overlegt hij met het OM over de zaak. Indien de zaak geseponeerd wordt zal er geen kaart uitgeschreven worden voor het strafbare feit wat geseponeerd is:

-…..

….

….

1.3.4 Uitschrijven rode kaart

Rechercheur

Rechercheur schrijft een rode kaart uit en laat deze ondertekenen door de verdachte. Indien verdachte niet wil tekenen moet dit samen met de eventuele reden vermeld worden op de kaart.

Model Protocol Collectieve Horecaontzegging (Koninklijke Horeca Nederland)

“Centraal wordt bijgehouden aan wie de ontzegging is opgelegd. Koninklijke Horeca Nederland, bestuur afdeling…., houdt de administratie en registratie bij van opgelegde ontzeggingen. Hiervoor wordt een afgeschermde database gebruikt op een aparte beveiligde website. De deelnemers kunnen met een uniek wachtwoord inloggen op deze database. In de database is een aantal persoonsgegevens en een foto van de betrokkene terug te vinden. Op de website is ook een lijst te raadplegen van deelnemende horecabedrijven.

Op het moment dat de overtreding door de betrokkene wordt begaan, wordt door de deelnemer met de politie afgestemd om welk feit het gaat en hoe lang volgens onderhavig protocol een ontzegging wordt opgelegd. De ondernemer voert vervolgens zelf de gegevens in de database in.

Alle ontzeggingen (zowel individueel als collectief) worden mede door de politie “voor gezien” getekend. Vervolgens wordt de ontzegging in bijzijn van de politie uitgereikt. Als dat niet mogelijk blijkt, wordt de ontzegging aangetekend verstuurd.”

Database

In de centrale database worden schriftelijke waarschuwingen en ontzeggingen opgenomen. Per periode wordt een bestuurslid van KHN, afdeling……, als zijnde verantwoordelijke, gevraagd het beheer op zich te nemen. In de database legt de deelnemer de volgende persoonsgegevens vast:

Persoonsgegevens

Naam (voluit)

Voorvoegsels

Initialen

Geboortedatum

Adres

Postcode

Ingangsdatum en einddatum ontzegging

Locatie van de ontzegging

Gepleegd feit waarvoor de ontzegging is opgelegd

Foto”

2

2010.06795

de Nationale ombudsman

Publicatiedatum
Rapportnummer
2011/330
Subject: FW: antwoord op grootste schandaal sinds de 2de Wereldoorlog = IRTaffaire Date: Fri, 17 Apr 2015 11:06:06 +0200

Beste redactie van Zondag met Lubach en het Burgerinitiatief FaraoderNederlanden.nl,   Naar aanleiding van het telefonische gesprek zo juist, nogmaals gefeliciteerd met het terechte en zeer belangrijke Burgerinitiatief FaraoderNederlanden. HIeronder staat het belang van deze zaak, aangezien Nederland geen rechtstaat meer is, al sinds de moord op Manuel Schadwald in 1994 gepleegd door Joris Demmink en consorten. Manuel Schadwald is verzwaard daarna in het IJsselmeer gedumpt en de bron van dit verhaal is onder meer Fred Teeven, de werkgroep Morkhoven en drs. Jan Poot. Ook zit Jasper Steringa onschuldig in de gevangenis met betrekking tot de moord op Marianne Vaatstra, die hij in ieder geval niet heeft gepleegd.  Ook zijn er in april 2013 allerlei verdachte activiteiten geweest om het pedofiele criminele netwerk te redden binnen justitie, politie en de top van Nederland. Graag zou ik willen, dat jullie dit onder de aandacht brengen van de gehele Nederlandse bevolking Bij voorbaat dank voor interesse en met vriendelijke groeten,   Erwin Lensink    

OM WERKT AAN SAMENSTELLING DEMMINMK-TEAM

28 januari 2014  Internationaal, Kindermisbruik, Media, Rechterlijke macht

BREAKING: WOORDVOERDER PAUL VAN DER ZANDEN LANDELIJK PARKET ROTTERDAM OVER DE SAMENSTELLING VAN HET DEMMINK-TEAM [ladelijkparket.demmink]. Opmerkelijk is de samenstelling van het team van persofficieren van het landelijk parket Rotterdam. Cees van Spierenburg is een aantoonbare crimineel net als Herman Bolhaar. En Warner ten Kate maakte deel uit van de Demmink-witwascommissie die in april 2013 onder leiding van Herman Bolhaar een lans brak voor de ex-SG in Washington. Tevens is ten Kate ‘officier mensenhandel’. Een mooi zooitje, zou ome Joris hiervan zeggen.. En Ricardo?

 

 

 

 

De delegatie die voornemens is eind april 2013 Washington te bezoeken, bestaat uit:

 

•         Corinne Dettmeijer, National Rapporteur Human Trafficking

•         Herman Bolhaar, Chair of the Board of Prosecutors General

•         Arie IJzerman, Deputy Director-general at Ministry of Security and Justice

•         Ruud Bik, Chief of Police

•         Hannie Vlug, Labour Inspection

•         Gert Veurink, Prosecutor

•         Warner ten Kate, Prosecutor, National Coordinator Human Trafficking

•         Piet Bruinooge, Mayor of Alkmaar

•         Digna van Boetzelaer, Prosecutor

•         Jerrol Marten, NGO, Comensha

•         HP Schreinemachers, Justice Counselor, NL Embassy

 

Devastating document for Mr. Demmink

De media in de Vaatstra zaak

Geplaatst op 28 maart 2015 door
In vrijwel alle zaken waar overheden een schandaal in de doofpot houden, zien we dat de gevestigde media die doofpot meehelpen in stand te houden. Of het nu om een dictatuur of een parlementaire democratie gaat, maakt daarbij niet uit. We zien het bijvoorbeeld bij de JFK zaak, waar 90 % van de bevolking nu van mening is dat JFK is omgebracht in een samenzwering, maar de media en autoriteiten blijven uitdragen dat het toch echt alleen maar Lee Harvey Oswald was. Alle feiten, bewijzen of bekentenissen die het officiële verhaal onderuit halen worden verzwegen  of gebagatelliseerd door de media. Datzelfde geldt voor de te duidelijke leugens die de autoriteiten hanteren om het officiële verhaal kracht bij te zetten. Wie herinnert zich bijvoorbeeld nog dat twee dagen na 9/11 werd gemeld dat het paspoort van Mohammed Atta in het puin van de twin towers was gevonden? Het is echt gezegd, maar de media hebben er verder geen punt van gemaakt. In Nederland is het niet anders. Zo kon het zelfs gebeuren dat we 10 jaar lang een pedofiel als justitiebaas hebben gehad en het bewijs daarvoor nog altijd wordt gedownplayed,   verzwegen of glashard ontkend. Ook in de Vaatstra zaak wordt datzelfde gedaan met de bewijzen en feiten die het officiële verhaal logenstraffen. De media werken hier over het algemeen hard aan mee en ontpoppen zich in feite als een slaafse spreekbuis van de gevestigde macht. Voor een deel is dit “wiens brood men eet, wiens woord men spreekt”, voor een ander deel is dit zelfcensuur. Er is kracht en durf voor nodig om de autoriteiten tegen te spreken. In de oorlog werd je gewoon opgepakt en afgevoerd, in het huidige Rusland is het niet veel anders, maar ook in onze moderne democratie worden boodschappers van een oncomfortabele waarheid op een meer geraffineerde wijze bij de knieën afgezaagd. De media doen ongenuanceerd en zonder wederhoor klakkeloos hun best om zulke boodschappers in diskrediet te brengen, en ons rechtssysteem gelast in sommige gevallen zelfs psychologische onderzoeken om te suggereren dat er een steekje bij hen los zou zijn en de feiten die zij naar voren brengen onder tafel te spelen. Het vergaat klokkenluiders in de regel niet best. We hoeven maar aan Fred Spijkers, Ad Bos en Willem Oltmans te denken. Het zijn met een denigrerend woord al gauw fantasten of paranoïde “complotdenkers”. Het woord complot is tot een besmet vies woord gemaakt. Niet bepaald een aanmoediging om het voorbeeld van criticasters van de overheid te volgen. Angst om zich te associëren met hun gedachtengoed is de norm. Daarnaast speelt “psychologische ontkenning” een rol. Het menselijk brein heeft een natuurlijk neiging om onaangename feiten te verdringen, vooral als die een veilig beeld van de wereld verstoren. Bovendien schept erkenning van zulke feiten als de waarheid ook een impliciete verantwoordelijkheid om er wat aan te doen. En dus het zwaard op te nemen tegen een machtige tegenstander. De staat beschikt over onuitputtelijke middelen om die strijd aan te gaan. Dit speelt met name bij de pers, die zichzelf nog steeds propageert als waakhond van de vrijheid en democratie. Ontkenning en verdringing zijn dan wel zo prettig om die verantwoordelijkheid uit de weg te gaan. In de Vaatstra zaak is de deksel op de doofpot hermetisch dichtgemaakt met de veroordeling van Jasper Steringa. Daarbij is het boegbeeld van de slachtofferrol, de tot dan toe kritische Bauke Vaatstra, definitief ingelijfd om het deksel nog vaster te stampen en af te rekenen met de grootste luizen in de pels van Justitie.  Als een bejubelde held werd hij op het schild gehesen, kreeg hij een Macchiavelli-prijs van de media, een schouderklop van Opstelten, een audiëntie bij het Koningspaar en een schadevergoeding van de vermeende moordenaar. De moeder van Marianne, minimaal evenzeer een slachtoffer, werd bij deze feestvieringen, prijsuitreikingen en schadeclaims volledig buiten schot gelaten. Eenvoudig omdat zij de mening van haar ex-man niet deelt, niets gelooft van de stelling dat Jasper Steringa de moordenaar van haar dochter is en walgt van het glorieuze gedrag van haar ex-man. In de zomer van 2012 schreef zij mij nog: halo wim eindelijk kan ik mijn mails lezen op de camping blij dat jullie deze goede dingen doen via hero brinkman .heb nog met hem gebeld en het nodige uitgelegd hij vroeg ook naar Bauke .heb gezegd dat die vanaf het begin met elke wind meewaaide ,maar ik sta, en blijf achter jullie bevindingen staan .de kamervragen zijn duidelijk ,laten ze daar niet onderuitkomen ,het doet allemaal heel veel met mij (despanning) ben al meerdere keren naar de dokter geweest,hoop het vol te kunnen houden ,jammer dat de kinderen en denk ook Bauke weer in de justitie geloven met hun nieuwe theorie ,inderdaad Wim ben ik geschokt door het nieuwe gegeven dat ze met een bekende het weiland ingelopen zou zijn ,wat een afgang voor je kind wat is vermoord,                                                                                             groeten Maaike En een paar dagen later: hallo Wim de mail naar jou toe van mij wil je die niet op een webside zetten .krijg dan vast commetaar uit de fam kring .en aangezien ik dat op dit moment er niet bij kan hebben nu dit verzoek vr groeten maaike Ook toen al de bevestiging van Maaike dat zij onder zware emotionele druk stond van haar familie, die op dat moment werd klaargestoomd door het OM en Peter R. de Vries dat er zeer binnenkort een dader zou worden opgepakt als gevolg van hun weergaloze grootschalig  DNA onderzoek. Onlangs nog liet Maaike aan vier getuigen – voor zover mij bekend, waarschijnlijk zijn het er meer –  weten dat wat haar betreft de waarheid wordt weergegeven in het “Het Verboden Dagboek van Maaike Vaatstra”. Maar ik kan dat niet hardop zeggen, want dan krijg ik grote problemen met mijn familie, aldus Maaike. Wat is dat voor een familie?
BERICHT EN SAMENVATTING VAN VANDAAG M.B.T. MINISTERIES:
Vandaag via het nummer 1400 telefoonnummers opgevraagd van achtereenvolgens: Ministerie van Justitie tel. 0703707911… Ministerie van Financien tel. 0703428000 Ministerie BZK tel. 0704266426

Als eerste gesproken met Jony Wijers van het Ministerie BZK, die mij weer terug verbond met nummer 1400, hetgeen volgens haar de RVD zou zijn, maar niet bleek te zijn. Vervolgens nog een keer getelefoneerd met een medewerker, die weer een andere medewerker met mijn vragen ging bevragen, maar waarbij beiden niet hun naam wilden geven, immers werken ze voor een criminele organisatie. Toen maar een voicemail van iemand van BZK in gesproken met een bericht aan Minister Plasterk hoogstpersoonlijk, dat ik het spuugzat ben en dat ze maar zaken met mij gaan regelen voor 28 april 2015, want dan ben ik al bijna 7 jaren belazerd en loop ik al te bellen, schrijven en e-mailen onder meer inzake de ABN Amro Bank. Vervolgens Ministerie van Financien getelefoneerd en mevrouw Daamen van de persvoorlichting aan de lijn gehad, waarbij ik volgens haar op het Ministerie de persvoorlichters met het onzinverhaal over de ABN Amro had gesproken, namelijk Geertje Janssen en Michel Reyns. Verzocht om mijn berichten door te geven aan Minister Dijsselbloem om contact met mij op te nemen inzake mijn brieven en de brief van mijn Advocaat Heijkant! Als laatste meerdere malen Ministerie van Justitie gebeld, waar werkelijk iedereen anoniem wil blijven en aangezien men mij enkel door wou verwijzen naar telefoonnummer 1400 in Limburg, nog paar keer getelefoneerd, eerst onder mijn eigen naam en toen ze ophingen, maar 2 keer onder naam Fentener-Van Vlissingen, 2 keer onder Joris Demmink, 1 keer onder Manuel Schadwald, nog een keer onder Nout Wellink en nog een keer onder Ivo Opstelten, hetgeen het totaal kansloze oproepen naar het Ministerie van de Pedofiele Kindermoordenaars op 10 bracht. Overigens als je het Ministerie in Den Haag wilt zien, dan is het het hoogste gebouw in Den Haag ben ik vorige week donderdag achter gekomen. Ook nog gevraagd aan de receptioniste hoe ze het vond tussen de pedofiele kindermoordenaars te zitten en hoeveel er nou in het gebouw zaten en of zij er ook zat en of er meer of minder dan 100 pedofielen in het gebouw zouden zitten? Ik kreeg echter niet echt goed antwoord, sterker nog zowel door 1400 (in nota bene Limburg) als bij Ministerie van Justitie worden bij te kritische, eigenlijk terechte vragen, de telefoongesprekken abrupt beeindigd. Volgende week wordt de Story vervolgd, de brief aan de Ministers en Staten-Generaal is te vinden via: www.erwinlensinkvrij.nl

 

 

2011/330:  Man ontvangt horecaverbod van politie vanwege verdenking van mishandeling

Instantie: Regiopolitie IJsselland

Klacht:verzoeker na aanhouding een rode kaart uitgereikt, met als consequentie dat hij zich gedurende een jaar niet in horecagelegenheden in Zwolle mag vertonen

Oordeel: gegrond

Verzoeker werd ervan verdacht dat hij in een café een portier zou hebben mishandeld. In verband daarmee werd door de politie, namens de horeca Zwolle, een rode kaart aan verzoeker uitgereikt. De rode kaart had als consequentie dat verzoeker zich gedurende een jaar niet in horecagelegenheden in de gemeente Zwolle mocht vertonen. Indien verzoeker zich op een later moment alsnog in een van de aangesloten horecagelegenheden, waartoe hem de toegang was ontzegd, zou vertonen en vervolgens zou weigeren om deze te verlaten, dan zou hij door de politie kunnen worden aangehouden wegens het plegen van huisvredebreuk.

Verzoeker klaagde erover dat hij na zijn aanhouding van een politieambtenaar van het regionale politiekorps IJsselland een rode kaart heeft gekregen. Het onderzoek van de Nationale ombudsman richtte zich op de verhouding tussen het uitgangspunt dat iemand onschuldig is tot het tegendeel bewezen is en de consequenties die aan een gele- en rode kaart zijn verbonden.

De Nationale ombudsman was van oordeel dat de politie, door een zo prominente rol te spelen bij de privaatrechtelijke “bestraffing” door horeca-ondernemingen, voordat de rechter zich over de strafzaak heeft uitgesproken, handelt in strijd met het verbod op vooringenomenheid.

De Nationale ombudsman deed aan de politie de aanbeveling om de gele- en rode kaarten in de toekomst niet langer door een politieambtenaar te laten uitreiken maar juist door een vertegenwoordiger van de Horeca Zwolle.

Verzoeker klaagt erover dat hij na zijn aanhouding van een politieambtenaar van het regionale politiekorps IJsselland een rode kaart heeft gekregen. Het onderzoek van de Nationale ombudsman richt zich op de rol van het Openbaar Ministerie en van de regiopolitie IJsselland bij het uitvoeren van het Protocol Horeca Veelpleger Systeem. Invalshoek hierbij is de verhouding tussen de presumptio innocentiae en de consequenties die aan een gele- en rode kaart zijn verbonden.

Feiten

Verzoeker bracht in de binnenstad van Zwolle een bezoek aan een café. Verzoeker werd door een portier uit het café verwijderd en vervolgens door politieambtenaren van het regionale politiekorps IJsselland aangehouden en voor verhoor overgebracht naar het politiebureau. Verzoeker werd ervan verdacht de portier te hebben mishandeld. Op het politiebureau kreeg verzoeker van de politie een rode kaart uitgereikt. De rode kaart had als consequentie dat verzoeker zich gedurende een jaar niet in horecagelegenheden in de gemeente Zwolle mocht vertonen. Indien verzoeker zich op een later moment alsnog in een van de aangesloten horecagelegenheden, waartoe hem de toegang was ontzegd, zou vertonen en vervolgens zou weigeren om deze te verlaten, dan zou hij door de politie kunnen worden aangehouden wegens het plegen van huisvredebreuk.

Visie verzoeker

Verzoeker ontkent dat hij de portier heeft mishandeld. Verzoeker heeft er veel moeite mee dat hij vooruitlopend op het strafproces bij de rechter wordt gehinderd in zijn vrijheid om horecagelegenheden in de gemeente Zwolle te bezoeken. Voor zijn gevoel is hij op die manier al tot een straf veroordeeld terwijl de strafrechter zich nog niet heeft uitsproken over zijn zaak. Hij voelt zich daarom schuldig tot het tegendeel bewezen is terwijl dat volgens hem juist andersom zou moeten zijn.

Visie Korpsbeheerder

Volgens de korpsbeheerder is het Horeca Veelpleger Systeem een van de onderdelen van het project Veiligheid Op Straat (VOS) dat begin jaren ’90 van de vorige eeuw was ontstaan vanuit de wens van de politie, de gemeente en de horeca om samen het geweld op straat aan te pakken. Volgens de korpsbeheerder hebben de afspraken en maatregelen die voortvloeien uit het VOS project een positieve invloed gehad op het tegengaan van het uitgaansgeweld. In augustus 2009 is door de gemeente Zwolle, de politie IJsselland, het Openbaar Ministerie Zwolle-Lelystad, de Koninklijke Horeca Nederland (afdeling Zwolle) en de Horeca Evenementen Stichting Zwolle het convenant Horeca Veelpleger Systeem (HVS) afgesloten. In het protocol HVS zijn de spelregels vastgelegd. Op grond van het HVS kan aan een bezoeker, die als ongewenst wordt beschouwd, afhankelijk van de ernst van diens gedrag, een gele- of rode kaart worden uitgereikt. Wanneer een bezoeker een waarschuwing krijgt dan ontvangt hij een gele kaart. Wanneer een bezoeker de toegang tot meerdere horecagelegenheden wordt ontzegd dan ontvangt hij een rode kaart. Indien een bezoeker een horecamedewerker met een wapen bedreigt dan kan hem de toegang tot alle bij het convenant aangesloten horecagelegenheden worden ontzegd.

Volgens de korpsbeheerder is de belangrijkste voorwaarde voor het gebruik van het HVS dat een kaart alleen kan worden uitgereikt aan een verdachte. Dat betekent dat er naar aanleiding van het incident aangifte is gedaan en/of een aanhouding is verricht op grond waarvan een proces-verbaal is opgemaakt. Afhankelijk van de ernst van het feit wordt door de politie, namens de deelnemende horecaondernemers in Zwolle, aan de verdachte een gele- of rode kaart uitgereikt. Volgens de korpsbeheerder zijn de deelnemende horecaondernemers vervolgens verantwoordelijk voor het handhaven van de collectieve horecaontzegging. In de praktijk betekent dit dat zij een persoon die een rode kaart heeft, verzoeken om hun horecagelegenheid te verlaten.

De politie is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving. Dat betekent dat indien de houder van een rode kaart weigert om een horecagelegenheid van een van de deelnemende horecaondernemers te verlaten, deze persoon zal worden aangehouden op grond van het plegen van huisvredebreuk.

Volgens de korpsbeheerder is het uitgangspunt dat iemand onschuldig is tot het tegendeel is bewezen, een strafrechtelijk beginsel. Het opleggen van een horecaverbod is volgens de korpsbeheerder een civielrechtelijke bevoegdheid van de horeca-ondernemer aangezien deze, binnen bepaalde grenzen, zelf kan bepalen wie hij toelaat in zijn onderneming en wie hij die toegang ontzegt.

Volgens de korpsbeheerder wordt de persoon die een kaart krijgt uitgereikt, geïnformeerd over de rechten die hij heeft op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens. Daarnaast is voorzien in een klachtenregeling die het voor de rode kaarthouder mogelijk maakt om binnen veertien dagen zijn beklag te doen bij de horeca Zwolle over de beslissing om hem een collectieve ontzegging op te leggen. De klacht wordt behandeld door het VOS-team dat bestaat uit vertegenwoordigers van de horeca Zwolle, de politie IJsselland en de gemeente Zwolle). Daarnaast kan de kaarthouder middels een onrechtmatige daad actie de opgelegde collectieve ontzegging aanvechten bij de civiele rechter. Een kaart kan, voor het verstrijken van de geldigheidsduur, worden ingetrokken indien er vrijspraak volgt voor het strafbare feit waarvoor de gele- of rode kaart was uitgereikt.

Visie minister van veiligheid en justitie

Volgens de minister is het doel van het convenant HVS gericht op het tegengaan van uitgaansgeweld in de binnenstad van Zwolle. Volgens de minister vormt de samenwerking met de horecabedrijven een voorbeeld van de gezamenlijke aanpak van geweld. En dergelijke aanpak is volgens de minister van groot belang omdat dit een effectieve aanpak van geweld mogelijk maakt.

Volgens de minister speelt het Openbaar Ministerie geen rol bij het opleggen van een rode- of gele kaart (hierna: kaart). Volgens de minister heeft de kaart een civielrechtelijk karakter en is er daarom geen sprake van een strafrechtelijke sanctie. Volgens de minister wordt er door het opleggen van de kaart geen oordeel gegeven over de strafrechtelijke verwijtbaarheid van degene die de kaart ontvangt. Volgens de minister is het Openbaar Ministerie in zoverre betrokken dat zij de politie informeert over de beslissing van de rechter in de zaak die aanleiding gaf voor het uitreiken van de kaart. Het protocol schrijft voor dat de kaart wordt ingetrokken in het geval waarin de kaarthouder wordt vrijgesproken.

Volgens de minister bevat het protocol een aantal waarborgen voor de kaarthouder. Het protocol voorziet niet in de mogelijkheid om aan de ontvanger van een kaart achteraf schade te vergoeden.

Het protocol Horeca Veelpleger Systeem

Het gele- en rode kaartenbeleid vindt zijn basis in het Convenant Horeca Veelpleger Systeem en is verder uitgewerkt in het daarop geënte Protocol Horeca Veelpleger Systeem (het protocol). De naam van het protocol impliceert dat het van toepassing zou zijn op zogenaamde ‘veelplegers’. Onder een veelpleger wordt doorgaans verstaan een persoon die met enige regelmaat een zelfde soort strafbaar feit pleegt. De inhoud van het protocol wordt, voor zover dit van belang is voor het onderzoek van de klacht van verzoeker, hieronder kort beschreven.

Een gele- of rode kaart kan alleen worden uitgereikt aan een persoon die verdachte is van een of meerdere in het protocol genoemde strafbare feiten die is/zijn gepleegd in relatie met het uitgaan (in Zwolle). Voor een aantal limitatief opgesomde ‘lichte’ strafbare feiten kan een gele kaart worden uitgereikt. Een rode kaart kan worden uitgereikt indien het gaat om de volgende limitatief opgesomde ‘zwaardere’ strafbare feiten: mishandeling (van een portier/ horeca medewerker/ politieambtenaar of een taxichauffeur), bedreiging met een wapen, gebruik van een wapen, handel in soft- en harddrugs, diefstal met geweld, openlijke geweldpleging, (poging tot) zware mishandeling of (poging tot) doodslag. Wanneer een gele kaart voor de tweede keer wordt uitgereikt dan kan dat leiden tot een rode kaart.

In het protocol staat dat horecaondernemers zelf een individueel lokaalverbod kunnen uitreiken en afhandelen. De collectieve ontzegging (rode kaart) wordt, namens Horeca Zwolle, door de politie uitgereikt. Volgens het protocol is dat de rechercheur die de aangifte behandelt. De rechercheur controleert of voor het strafbare feit waarvan de arrestant verdacht wordt, een kaart kan worden uitgereikt. Nadat de rechercheur de verdachte heeft gehoord, pleegt hij overleg met een functionaris van het Openbaar Ministerie. Indien het Openbaar Ministerie besluit om de aangifte te seponeren, zal er geen kaart worden uitgereikt voor het strafbare feit dat is geseponeerd. Indien de verdachte meerdere feiten heeft gepleegd en niet alle feiten geseponeerd worden, dan wordt de kaart uitgereikt voor het (zwaarste) feit dat niet geseponeerd is.

De rechercheur laat de gele- of rode kaart die hij uitreikt door de verdachte voor gezien en ontvangst ondertekenen.

Het protocol voorziet in een aantal waarborgen voor de ontvanger van een kaart. Er wordt middels een formulier aan de ontvanger uitgelegd voor welke doeleinden zijn persoonsgegevens worden vastgelegd, welke rechten hij heeft op basis van de Wet Bescherming Persoonsgegevens, hoe lang zijn persoonsgegevens worden bewaard, hoe lang de waarschuwing of de collectieve ontzegging geldt en er wordt uitleg gegeven over de klachtprocedure. De klachtprocedure houdt in dat de ontvanger van een rode kaart binnen 14 dagen na ontvangst een klacht kan indienen bij de instantie die verantwoordelijk is voor het opleggen van de kaart, c.q. de Horeca Zwolle. De klacht wordt gestuurd t.a.v. de Veiligheid Op Straat (VOS) coördinator. De VOS – coördinator is een politiefunctionaris die als contactpersoon voor de horecaondernemers fungeert. Hij verwerkt tevens namens de horeca de gegevens voor het HVS.

Het adres waarnaar de klacht dient te worden gestuurd is het algemene postadres van de regiopolitie IJsselland. De klacht wordt vervolgens binnen zes weken behandeld door een klachtencommissie die bestaat uit vertegenwoordigers van de horeca, de gemeente en de politie. Het indienen van een klacht brengt niet met zich mee dat de consequentie die aan de kaart is verbonden, wordt geschorst.

oordeel van de nationale ombudsman

1. Het verbod van vooringenomenheid houdt in dat overheidsinstanties zich actief opstellen om iedere vorm van een vooropgezette mening of de schijn van partijdigheid te vermijden. Dit verbod brengt met zich mee dat overheidsinstanties zich terughoudend opstellen bij het vervullen van een actieve rol bij privaatrechtelijke strafmaatregelen die in de particuliere sector aan burgers worden opgelegd.

2. Het is de ombudsman bekend dat de politie steeds meer initiatieven neemt om in samenwerkingsverbanden met verscheidene publieke en/of private partijen diverse vormen van criminaliteit, waaronder geweldcriminaliteit, op een effectieve manier aan te pakken. De focus is daarbij veelal gericht op preventie. Dergelijke samenwerkings-verbanden kunnen echter niet onbegrensd plaatsvinden. Een bekend obstakel wordt gevormd door privacyregelgeving die aan het uitwisselen van politie-informatie met derde partijen beperkingen stelt.

3. In het geval van verzoeker gaat het niet om een privacy-aspect maar juist om een privaatrechtelijke (straf)maatregel die is verbonden aan de symbolisch uitgereikte rode kaart. Deze privaatrechtelijke maatregel wordt door de politie, namens de bij het protocol aangesloten horecaondernemingen in de gemeente Zwolle, opgelegd aan een verdachte die voldoet aan de voorwaarden van het Horeca Veelpleger Systeem protocol (het protocol). De vraag die in dit verband speelt, is hoe ver de politie kan gaan bij het spelen van een rol in deze vorm van ketensamenwerking.

4. Blijkens artikel 2 van de Politiewet 1993 (zie Achtergrond, onder 1) bestaat de primaire taak van de Nederlandse politie uit de handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven. Het verrichten van opsporingsonderzoek naar aanleiding van een ter kennis van de politie gekomen (vermoedelijk gepleegd) strafbaar feit, maakt deel uit van die taak. De politie dient deze opsporingstaak zonder vooringenomenheid te vervullen. Het onderzoek van de politie dient te zijn gericht op het verzamelen van zowel belastende als ontlastende informatie. Het behoort niet tot de taak van de politie om een oordeel te geven over het al dan niet schuldig zijn van een verdachte. Een dergelijk oordeel is namelijk aan de strafrechter voorbehouden die daar, in het geval van een veroordeling, een strafrechtelijke consequentie aan kan verbinden.

5. De Nationale ombudsman acht de wijze waarop de politie is betrokken bij de uitvoering van het gele- en rode kaartenbeleid in de gemeente Zwolle in strijd met het verbod van vooringenomenheid. Hoewel de collectieve ontzegging (rode kaart) door/namens de horeca van Zwolle wordt gegeven, acht de Nationale ombudsman het aannemelijk dat de situatie waarin een politieman een rode kaart uitreikt aan een burger, een grotere impact op de betreffende burger zal hebben dan wanneer een horecaondernemer dat zou doen. De politie treedt normaal gesproken immers op in het kader van de strafrechtelijke handhaving terwijl een horecaondernemer optreedt op basis van het privaatrecht.

6. De Nationale ombudsman heeft ervan kennisgenomen dat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) op 5 juli 2010 via haar website heeft meegedeeld dat het modelprotocol van de Koninklijke Horeca Nederland inzake collectieve horecaontzegging een juiste uitwerking vormt van de verplichtingen en waarborgen uit de Wet bescherming persoonsgegevens. (zie Achtergrond, onder 4) In dit modelprotocol staat beschreven dat alle ontzeggingen (zowel individueel als collectief) door de politie mede “voor gezien” worden getekend. Vervolgens wordt de ontzegging in bijzijn van de politie uitgereikt aan de betrokkene. Als dat niet mogelijk is dan wordt de ontzegging aangetekend verstuurd. Doordat de bij het protocol aangesloten horecabedrijven via een beveiligde website kennis kunnen nemen van de persoonsgegevens van de betrokkene, beschikken zij dus over de adresgegevens van de persoon aan wie een horecaontzegging is opgelegd.

7. De Nationale ombudsman stelt vast dat de werkwijze in Zwolle in zoverre afwijkt van het door het CBP goedgekeurde modelprotocol, dat de collectieve rode kaart door de politie en niet door een vertegenwoordiger van de Horeca wordt uitgereikt. Hij is op basis van het voorgaande van oordeel dat de politie door het in persoon uitreiken van een rode kaart, impliciet de indruk wekt dat de verdachte als dader en daarmee als schuldig kan worden aangemerkt aan het strafbare feit waarvoor de rode kaart wordt uitgereikt. Hierdoor heeft de politie gehandeld in strijd met het verbod van vooringenomenheid. De Nationale ombudsman ziet hierin reden tot het doen van een aanbeveling.

De onderzochte gedraging is niet behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps IJsselland uit Zwolle, is gegrond wegens strijd van het verbod van vooringenomenheid.

Aanbeveling

De Nationale ombudsman doet de beheerder van het regionale politiekorps IJsselland de aanbeveling om de gele- en rode kaarten in de toekomst niet langer door een politieambtenaar te laten uitreiken maar juist door een vertegenwoordiger van de Horeca Zwolle, overeenkomstig de werkwijze zoals beschreven in het modelprotocol Koninklijke Horeca Nederland inzake collectieve horecaontzegging.

Slotbeschouwing

De Nationale ombudsman signaleert dat het afgelopen decennium een ontwikkeling plaatsvindt waarin het privaatrecht steeds meer wordt ingezet om de openbare orde preventief te kunnen handhaven. Waar in het strafrecht allerlei waarborgen en rechten voor een burger zijn ingebouwd, is dat in het privaatrecht veel minder het geval. Het privaatrecht kan burgers dus inperken in hun fundamentele rechten. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het recht op privacy, het recht op bewegingsvrijheid en het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam. In het geval van verzoeker werd middels het geven van een collectieve ontzegging, inbreuk gemaakt op zijn vrijheid om toegang te hebben tot een groot aantal horecagelegenheden in de gemeente Zwolle. De collectieve ontzegging werd door verzoeker dan ook als een straf ervaren. De Nationale ombudsman is zich ervan bewust dat horecaondernemers, zolang zij niet discrimineren, in principe zelf kunnen bepalen wie zij in hun zaak willen hebben en wie niet.

De Nationale ombudsman stelde in deze zaak vast dat de politie een prominente rol speelde in de procedure rond het uitreiken van een gele- of rode kaart (collectieve ontzegging). Zo beoordeelt een rechercheur die een verdachte heeft verhoord of deze verdachte in aanmerking komt voor een gele- of rode kaart. Daarnaast pleegde de rechercheur overleg met het Openbaar Ministerie (OM) om na te gaan of het OM voornemens was om het strafbare feit, dat als kaartwaardig werd aangemerkt, te seponeren. Mocht dat het geval zijn, dan werd er voor dat strafbare feit geen kaart uitgereikt. Mocht een rechter een verdachte later vrijspreken, dan werd een eerder uitgereikte kaart ingetrokken. Het daadwerkelijk uitreiken van een rode kaart geschiedt door een politieambtenaar namens Horeca Zwolle. Verder bleek dat de politie nauw betrokken was bij het behandelen van een eventuele klacht over de uitgereikte kaart. De ontvanger van de kaart kon namelijk tegen de uitgereikte kaart ‘bezwaar’ maken bij een speciaal aangewezen politiefunctionaris. De klacht diende bovendien naar het algemene postadres van de regiopolitie IJsselland te worden gestuurd. Door deze nauwe betrokkenheid en bemoeienis van de politie tijdens het opsporingsproces kreeg met name het uitreiken van de rode kaart door een politieambtenaar een strafrechtelijk karakter. Door een zo prominente rol te spelen bij de privaatrechtelijke “bestraffing” door horeca-ondernemingen, voordat de rechter zich over de strafzaak heeft uitgesproken, handelt de politie in strijd met het verbod van vooringenomenheid.

De Nationale ombudsman,

dr. A.F.M. Brenninkmeijer

Onderzoek

Op 7 juni 2010 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift met een klacht over een gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps IJsselland uit Zwolle.

In het kader van het onderzoek werd de korpsbeheerder verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben.

In het kader van het onderzoek werd betrokkenen verzocht op de bevindingen te reageren.

Tijdens het onderzoek kregen de beheerder van het regionale politiekorps IJsselland en verzoeker de gelegenheid op de door ieder van hen verstrekte inlichtingen te reageren.

Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren.

Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen.

De reactie van de korpsbeheerder gaf aanleiding het verslag op een enkel punt aan te vullen.

Verzoeker gaf binnen de gestelde termijn geen reactie.

Achtergrond

Politiewet 1993

Artikel 2

“De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.”

Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM)

Artikel 6, tweede lid

“Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

Protocol Horeca Veelpleger Systeem (HVS) (Zwolle)

“Het individuele lokaalverbod wordt door de horeca zelf uitgereikt en afgehandeld. Het collectieve verbod vervangt niet het lokaalverbod dat individueel door de horecaondernemers uitgereikt kan worden. De deelnemende horecaondernemers zijn verantwoordelijk voor het handhaven van een collectieve horecaontzegging. Dat wil zeggen dat zij de betrokkene vragen de gelegenheid te verlaten vanwege de ontzegging (rode kaart) die betrokkene heeft ontvangen. De politie heeft als taak (in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag) te zorgen voor de daadwerkelijke (strafrechtelijke) handhaving. Op het moment dat een betrokkene niet voldoet aan de vordering van een horecaondernemer om de gelegenheid te verlaten, kan de politie de betrokkene aanhouden wegens huisvredebreuk.

De belangrijkste voorwaarde voor het gebruik van het HVS is dat een kaart alleen uitgereikt kan worden aan een verdachte. Dat wil zeggen dat een aangifte of aanhouding proces-verbaal moet zijn opgemaakt van het incident. In de aangifte moet vermeld worden dat de deelnemende horecaondernemers wensen dat er een “waarschuwing voor een collectief horecaverbod” (gele kaart) of een “collectief horecaverbod” (rode kaart) wordt opgelegd aan de verdachte.

Het Horeca Veelplegers Systeem is alleen geldig:

Voor (kaartwaardig) gepleegde strafbare feiten en die gepleegd zijn in een horecagelegenheid van een deelnemer of op de daarbij horende terrassen, ongeacht het tijdstip waarop het strafbare feit is gepleegd.

Voor (kaartwaardig) gepleegde strafbare feiten die gepleegd zijn binnen het aangewezen gebied én de daarbij horende vastgestelde tijdstippen en die uitgaansgerelateerd zijn.

Voor (kaartwaardige) gepleegde strafbare feiten, die uitgaansgerelateerd zijn en zijn gepleegd binnen het aangewezen gebied tijdens evenementen die georganiseerd zijn door de Horeca Evenementen Stichting Zwolle (HESZ). (…)

Als voldaan is aan één van deze voorwaarden wordt betrokkene als verdachte van een strafbaar feit aangehouden en overgebracht naar een politiebureau. Daar wordt gecontroleerd of voor het strafbare feit een kaart kan worden uitgereikt. De politie reikt de kaart uit namens de deelnemende horecaondernemers in Zwolle.

Op het politiebureau wordt gecontroleerd of aan de verdachte een waarschuwing (gele kaart) of ontzegging (rode kaart) kan worden uitgereikt. Belangrijke aandachtspunten/ werkmethoden zijn:

-als de verdachte voor meerdere feiten is aangehouden, wordt een kaart uitgeschreven voor het zwaarste feit.

- Indien de verdachte voor meerdere feiten is aangehouden en het OM seponeert een van de feiten, dan moet een kaart worden uitgeschreven voor het feit dat niet is geseponeerd. Als alle feiten worden geseponeerd, wordt er geen kaart uitgereikt.

-Indien een vrijspraak volgt voor het feit waarvoor de kaart is uitgereikt, wordt de kaart ingetrokken.

- De collectieve ontzegging wordt door de politie uitgereikt, namens Horeca Zwolle.

- Horeca Zwolle toetst of een betrokkene de toegang tot de aangesloten horecabedrijven in de gemeente Zwolle daadwerkelijk wordt ontzegd. Het VOS- team (de overige leden) adviseert Horeca Zwolle. Hierbij wordt afgewogen of de daden van de betrokkene daadwerkelijk voldoen aan de voorwaarden van het HVS. De toetsing vindt per geval plaats, waarbij ook rekening wordt gehouden met eventueel bijzonder verlichtende of verzwarende omstandigheden. ”

“Rode kaart (collectieve horecaverbod) wordt uitgereikt aan de betrokkene die een of meerdere van de volgende strafbare feiten gepleegd heeft (in relatie tot het uitgaan):

Mishandeling portier/ medewerker horeca/politieambtenaar/taxichauffeur

Bedreiging met een wapen

Gebruik wapen

Handel in soft- en harddrugs

Diefstal met geweld

Openlijke geweldpleging

Zware mishandeling (poging)

Doodslag (poging)

2.2.3 Tweede rode of gele kaart

- Indien de verdachte al een rode kaart in zijn bezit heeft en hij pleegt opnieuw een strafbaar feit waar een kaart voor kan worden uitgereikt, krijgt hij een tweede rode kaart. Bij een tweede rode kaart wordt dit aan het OM gemeld teneinde om een beslissing te krijgen over de inverzekeringstelling en voorgeleiding bij de rechter-commissaris. Bij een voorgeleiding bij de rechter- commissaris zet het OM in op schorsing van de bewaring onder de bijzondere voorwaarden van een gebiedsverbod. (….) ”

“2.5 Waarborgen voor betrokkene

Betrokkene krijgt van de politie een uitdraai van het formulier van het collectieve horecaverbod (CHV) uitgereikt. Het formulier geeft informatie over:

De doeleinden waarvoor de gegevens van betrokkenen worden vastgelegd;

De rechten die betrokkene op grond van de Wet Bescherming

Persoonsgegevens toekomen;

De looptijd van de waarschuwing en de CHV en de bewaartermijnen van de

persoonsgegevens;

De klachtprocedure.

(….)

Ad 4. Klachtprocedure

Betrokkene kan schriftelijk een klacht indienen bij de verantwoordelijke (horeca

Zwolle) tegen het feit dat hem / haar een collectieve ontzegging (rode kaart) is

opgelegd.

De verantwoordelijke behandelt de klacht in een klachtencommissie, die bestaat

uit het VOS-team (vertegenwoordigers van de horeca, politie en gemeente).

De klacht dient 14 dagen na ontvangst van de collectieve ontzegging te worden

ingediend.

De klacht heeft geen schorsende werking voor de waarschuwing of ontzegging.

De verantwoordelijke doet de klacht binnen zes weken af.

Op de collectieve ontzegging is de klachtprocedure aangegeven. De klacht kan gericht worden aan Horeca Zwolle t.a.v. de VOS – coördinator , Postbus 611, 8000 AP Zwolle.”

Taakomschrijving

Actor

Uitleg

1.3.1 Overleggen met OM

Rechercheur

Nadat de rechercheur de verdachte heeft gehoord, overlegt hij met het OM over de zaak. Indien de zaak geseponeerd wordt zal er geen kaart uitgeschreven worden voor het strafbare feit wat geseponeerd is:

-…..

….

….

1.3.4 Uitschrijven rode kaart

Rechercheur

Rechercheur schrijft een rode kaart uit en laat deze ondertekenen door de verdachte. Indien verdachte niet wil tekenen moet dit samen met de eventuele reden vermeld worden op de kaart.

Model Protocol Collectieve Horecaontzegging (Koninklijke Horeca Nederland)

“Centraal wordt bijgehouden aan wie de ontzegging is opgelegd. Koninklijke Horeca Nederland, bestuur afdeling…., houdt de administratie en registratie bij van opgelegde ontzeggingen. Hiervoor wordt een afgeschermde database gebruikt op een aparte beveiligde website. De deelnemers kunnen met een uniek wachtwoord inloggen op deze database. In de database is een aantal persoonsgegevens en een foto van de betrokkene terug te vinden. Op de website is ook een lijst te raadplegen van deelnemende horecabedrijven.

Op het moment dat de overtreding door de betrokkene wordt begaan, wordt door de deelnemer met de politie afgestemd om welk feit het gaat en hoe lang volgens onderhavig protocol een ontzegging wordt opgelegd. De ondernemer voert vervolgens zelf de gegevens in de database in.

Alle ontzeggingen (zowel individueel als collectief) worden mede door de politie “voor gezien” getekend. Vervolgens wordt de ontzegging in bijzijn van de politie uitgereikt. Als dat niet mogelijk blijkt, wordt de ontzegging aangetekend verstuurd.”

Database

In de centrale database worden schriftelijke waarschuwingen en ontzeggingen opgenomen. Per periode wordt een bestuurslid van KHN, afdeling……, als zijnde verantwoordelijke, gevraagd het beheer op zich te nemen. In de database legt de deelnemer de volgende persoonsgegevens vast:

Persoonsgegevens

Naam (voluit)

Voorvoegsels

Initialen

Geboortedatum

Adres

Postcode

Ingangsdatum en einddatum ontzegging

Locatie van de ontzegging

Gepleegd feit waarvoor de ontzegging is opgelegd

Foto”

2

2010.06795

de Nationale ombudsman

Publicatiedatum
Rapportnummer
2011/330

2015/068 Politie Leeuwarden wekte schijn van partijdigheid met uitreiken toegangsontzegging buurthuis

Instantie: politie-eenheid Noord-Nederland

Klacht:verzoeker op 6 februari 2013 een ontzegging van de toegang tot een buurthuis uitgereikt

Oordeel: gegrond

Verzoeker kreeg van een wijkagent, die bij hem aan de deur stond, een toegangsontzegging voor een buurthuis uitgereikt. Rondom het uitreiken van de ontzegging deed de wijkagent uitspraken over verzoekers manier van communiceren. Onderaan het formulier van de toegangsontzegging stonden enkele logo’s waaronder het logo van de politie. Verzoeker had een andere verwachting van het bezoek van de wijkagent. Verzoeker was onaangenaam verrast door de uitreiking van de toegangsontzegging.

Verzoeker klaagde er over dat een wijkagent de toegangsontzegging heeft uitgereikt. Verzoeker vond dat de wijkagent partijdig was.

De Nationale ombudsman vond het begrijpelijk dat verzoeker dacht dat de toegangsontzegging afkomstig was van de politie, omdat de ontzegging door de wijkagent werd toegelicht en uitgereikt en omdat onderaan het formulier het logo van de politie stond. De Nationale ombudsman was van oordeel dat door de toegangsontzegging uit te reiken en daarbij uitspraken te doen over verzoekers manier van communiceren, zonder een heldere uitleg te geven over de neutrale rol van de politie hierbij, de wijkagent onvoldoende het vertrouwen had gewekt bij verzoeker dat hij onpartijdig was.

De Nationale ombudsman noemde daarnaast een eerdere aanbeveling om horecaontzeggingen niet langer door een politieambtenaar te laten uitreiken maar door een vertegenwoordiger van Horeca Zwolle (2011/330). De Nationale ombudsman meende dat het in deze zaak ook beter was geweest als een vertegenwoordiger van het buurthuis de toegangsontzegging had uitgereikt.

Het vereiste van onpartijdigheid: niet behoorlijk.

Algemeen

Verzoeker woont in Leeuwarden. Op 6 februari 2013 staat de wijkagent bij hem aan de deur en overhandigt aan verzoeker een formulier waarin staat dat verzoeker gedurende één jaar geen toegang heeft tot het buurthuis. Het formulier is ondertekend door de voorzitter van het buurthuis. Op het formulier is als reden ingevuld: normoverschrijdend en intimiderend gedrag en verstoring van de orde in het buurthuis.

Wat is de klacht?

Verzoeker klaagt er over dat een wijkagent van de politie Leeuwarden hem op 6 februari 2013 een ontzegging van de toegang tot een buurthuis heeft uitgereikt.

Wat is er gebeurd volgens verzoeker

1. Tijdens een bezoek aan het buurthuis in de wijk waar verzoeker woont, zegt de voorzitter van het buurthuis tegen verzoeker dat hij het buurthuis moet verlaten. Volgens verzoeker heeft de voorzitter tegen hem gezegd “eruit of ik schop je eruit”. Verzoeker is hier verbaasd en boos over en wil hierover contact met de wijkagent. Omdat hij het telefoonnummer van de wijkagent niet heeft, vraagt verzoeker een sociaal werker die ook geregeld in het buurthuis aanwezig is om de wijkagent bij hem langs te sturen. Enkele dagen later staat de wijkagent op de stoep, samen met een collega. Tijdens dit bezoek reikt de wijkagent aan de verzoeker de ontzegging uit. Verzoeker is hier onaangenaam door verrast. Hij had een andere reactie verwacht. Verzoeker meent dat de wijkagent partijdig is omdat hij in het gesprek niks zegt over het gedrag van de voorzitter en de fout bij verzoeker legt.

Wat is er gebeurd volgens de wijkagent

2. De wijkagent heeft in een mutatierapport de gang van zaken rondom de toegangsontzegging toegelicht. De wijkagent heeft ook gereageerd op de klacht die verzoeker aan de Nationale ombudsman heeft voorgelegd. Deze reactie en het mutatierapport houden onder meer het volgende in.

3. Verzoeker kwam voor het eerst in beeld bij de wijkagent tijdens een bewonersavond in 2012 in het buurthuis. De wijkagent vond dat verzoeker toen op een dominante manier aanwezig was. In de periode hierna was verzoeker meerdere keren aanwezig in het buurthuis. Dit ging aanvankelijk goed maar na verloop van tijd nam verzoeker volgens de wijkagent weer een dominante houding aan en bemoeide zich met veel zaken. Door zijn gedrag kwam verzoeker enigszins intimiderend over. Op 24 januari 2013 was verzoeker weer aanwezig aan het einde van het wekelijkse spreekuur in het buurthuis. Verzoeker was erg vervelend richting de voorzitter van het buurthuis in het bijzijn van onder andere de wijkagent. Volgens de wijkagent hield de voorzitter echter zijn fatsoen en uiteindelijk vertrok verzoeker samen met de wijkagent. Buiten liet verzoeker aan de wijkagent weten dat hij het niet eens was met bepaalde zaken binnen de wijk zoals dat er te vaak een spreekuur was bij het buurthuis. Verzoeker zei tegen de wijkagent dat hij in meerdere organisaties zat en dat hij wel even andere maatregelen zou treffen. Verzoeker wilde niet naar het verhaal van de wijkagent luisteren.

4. Een week later had de wijkagent contact met de voorzitter van het buurthuis en toen bleek dat zij beiden een vervelend gevoel hadden over het gedrag van verzoeker. Toen bleek dat verzoeker al langer op een intimiderende manier contact had gezocht met de voorzitter van het buurthuis over een bepaald project binnen de wijk.

5. Op 31 januari 2013 schoof verzoeker zonder toestemming zomaar aan bij de projectgroep buurttuin. Verzoeker is toen door de voorzitter weggestuurd omdat hij zich de week ervoor ook vervelend over het project buurttuin had uitgelaten. Hierna heeft verzoeker een e-mail gestuurd naar een sociaal werker die ook in het wijkpanel zit en die aanwezig was in het buurthuis toen verzoeker werd weggestuurd. Zowel de voorzitter van het buurthuis als verzoeker zitten in het wijkpanel. Verzoeker gaf aan zich terug te trekken uit het wijkpanel. In de e-mail liet verzoeker zich negatief uit over de voorzitter en zou de voorzitter op zijn blote knieën zijn excuses moeten aanbieden. Op 4 februari 2013 kreeg de wijkagent een e-mail van een wijkmanager. Die wijkmanager was gebeld door verzoeker en dat gesprek baarde de wijkmanager enige zorgen. Verzoeker zou hebben gezegd dat hij het eerstkomende spreekuur met een paar kameraden wilde langskomen om te kijken of hij er dan weer werd uitgegooid. Volgens de wijkmanager leek verzoeker uit te zijn op een confrontatie.

6. Op basis van deze e-mail van de wijkmanager en een eerdere e-mail waarin verzoeker schreef dat de voorzitter op zijn blote knieën excuses moest maken, dacht de wijkagent dat er problemen konden komen. Om dit te voorkomen heeft de wijkagent contact gezocht met de voorzitter van het buurthuis en heeft hem geadviseerd om een toegangsontzegging te geven. Dit is conform de afspraken die eerder met de gemeente zijn gemaakt naar aanleiding van problemen bij het buurthuis. De voorzitter wilde een langdurige ontzegging geven, maar de wijkagent heeft toen aangegeven dat een periode van twaalf maanden zo’n beetje het maximum is. De wijkagent meende dat er geen andere mogelijkheid was om de problemen te voorkomen, omdat zijn ervaring met verzoeker is dat hij niet naar zijn verhaal wil luisteren.

7. Op 6 februari 2013 zijn de wijkagent en een collega naar het huis van verzoeker gegaan. Eerst heeft de wijkagent een gesprek gevoerd met verzoeker waarin hij heeft aangegeven dat zijn manier van communiceren niet altijd handig is en erg dominant en de laatste tijd intimiderend overkwam. Verzoeker zag dit zelf niet zo maar gaf aan dat hij eerder niet lekker in zijn vel zat. Verzoeker gaf aan dat hij wel goede bedoelingen had, maar hier werd ook niet aan getwijfeld. Hierna heeft de wijkagent de ontzegging uitgereikt.

De e-mail aan de sociaal werker en de e-mail van de wijkmanager

8. Het klachtdossier van de politie bestaat onder meer uit e-mailberichten, waaronder de e-mail van verzoeker aan de sociaal werker van 31 januari 2013 en het e-mailbericht van de wijkmanager aan de wijkagent van 4 februari 2013.

De e-mail van verzoeker aan de sociaal werker 9. Dit e-mailbericht houdt voor zover hier van belang in dat verzoeker niet weet waarom hij volgens de voorzitter een bemoeial is, dat hij stopt met al zijn activiteiten in het buurthuis en dat hij zich terugtrekt uit het wijkpanel. Verzoeker wil niet met de voorzitter om de tafel zitten te vergaderen als hij verzoeker een bemoeial vindt. Verzoeker schrijft dat het dreigement van de voorzitter “eruit of ik schop je eruit” voor een bestuurslid onacceptabel is. Verzoeker vraagt om aan de wijkagent te vragen om bij verzoeker langs te komen. Verzoeker sluit de e-mail af met het volgende: “Hoe wordt dit bestuur eigenlijk gekozen? Ik ga nu dus echt een bemoeial worden voor W. Hij zal op zijn blote knieën excuses moeten aanbieden.”

Volgens de tekst die verzoeker heeft aangeleverd staat in deze e-mail achter de geciteerde zin een zogenoemde smiley. In dezelfde e-mail die in het klachtdossier van de politie zit, ontbreekt dat symbool.

De e-mail van de wijkmanager aan de wijkagent 10. Dit e-mailbericht houdt voor zover hier van belang in dat de wijkmanager aan de wijkagent laat weten dat hij is gebeld door verzoeker. De wijkmanager schrijft het volgende: “Hij gaf me ook nog het volgende aan, wat mij een beetje zorgen baart. Hij wilde donderdag wel met een paar kameraden langskomen op het spreekuur, om te kijken of hij er dan weer wordt uitgegooid. Hij lijkt wat uit te zijn op een confrontatie. Toen ik daar een opmerking over maakte, reageerde hij wat ontwijkend. Misschien was dit wat grootspraak, maar misschien is hij het echt van plan. Ik wilde het jullie in ieder geval laten weten.”

Hoe reageerde verzoeker op het mutatierapport

11. Tijdens de klachtbehandeling bij de politie heeft verzoeker het mutatierapport van de wijkagent gelezen. Verzoeker was het op veel punten niet eens met de inhoud van het rapport. Verzoeker kon zich totaal niet vinden in de beschrijving die de wijkagent van hem geeft. Ook gaf verzoeker aan dat de e-mail van de wijkmanager niet klopt. Volgens verzoeker had de wijkmanager niet goed naar hem geluisterd en had verzoeker niet gezegd dat hij naar het spreekuur zou komen met vrienden.

Informatie over de ontzegging

12. De politiechef heeft in zijn reactie op de klacht van verzoeker aan de Nationale ombudsman algemene en specifieke informatie gegeven over de toegangsontzegging. Deze informatie houdt onder meer het volgende in. In het geval van verzoeker is gehandeld in de geest van twee samenwerkingsprojecten van de politie, het openbaar ministerie, de gemeente en Koninklijke Horeca. Daaruit is het Protocol collectieve horecaontzeggingen gemeente Leeuwarden voortgekomen.

Het Protocol collectieve horecaontzeggingen gemeente Leeuwarden 13. Dit protocol beschrijft hoe de collectieve horecaontzegging werkt. Als een van de deelnemende horecabedrijven een collectieve ontzegging oplegt, geldt de ontzegging voor alle deelnemende horecabedrijven. Het protocol noemt verschillende (strafbare) feiten en bijpassende ontzeggingstermijnen. Een paar voorbeelden: een collectieve horecaontzegging voor de duur van drie maanden past bij het ergerlijk lastigvallen van een horecaondernemer, bij vernieling past een ontzegging van zes maanden en een ontzegging van twaalf maanden wordt gegeven bij geweld tegen een horecaondernemer. Volgens het protocol reikt de politie namens de horecaondernemers de (collectieve) ontzeggingen in persoon uit. Daarnaast worden deze ontzeggingen in uitzonderlijke gevallen aangetekend verzonden door de Koninklijke Horeca Nederland.

Een individuele horecaontzegging 14. Naast een collectieve ontzegging, kan de deelnemer ook een individuele ontzegging opleggen. Het protocol zegt hierover dat de duur van die ontzegging wordt bepaald door eigen inzicht van de betrokken deelnemer en conform de termijnen die genoemd zijn bij de collectieve ontzegging. De duur van de individuele ontzegging bedraagt maximaal 24 maanden.

De toegangsontzegging van verzoeker 15. De toegangsontzegging noemt als periode waarbinnen de ontzegging geldt van 6 februari 2013 tot 6 februari 2014. Het formulier is ondertekend door de voorzitter van het buurthuis. Onderaan op het formulier staan de logo’s van de gemeente Leeuwarden, de Politie, Horeca Nederland en Justitie. De politiechef heeft aangegeven dat gehandeld is in de geest van de twee projecten binnen de gemeente Leeuwarden en dat gebruik is gemaakt van een standaardmodel individueel horecaverbod. De politie heeft geen zeggenschap over de duur van de ontzegging. Dit is een verantwoordelijkheid van het bestuur van het buurthuis. Volgens de politie is besloten om de ontzegging te laten uitreiken door de wijkagent vanwege zijn neutrale rol in deze kwestie. Verzoeker heeft bij de Nationale ombudsman naar voren gebracht dat hij van de klachtencommissie heeft begrepen dat de wijkagent optrad als postbode, hetgeen hij niet zo heeft ervaren. Verzoeker zag het zo dat de ontzegging afkomstig was van de politie.

Hoe reageerde verzoeker op de reactie van de politie

Reactie op wijkagent 16. Verzoeker begrijpt niet hoe de wijkagent kan zeggen dat verzoeker niet naar het verhaal van een ander wil luisteren, terwijl de wijkagent alleen met anderen heeft gepraat en niet met verzoeker. Verzoeker begrijpt niet waarom de wijkagent hem vooraf geen waarschuwing heeft gegeven dat verzoekers gedrag ergerlijk zou zijn.

Reactie op politiechef 17. Verzoeker begrijpt niet hoe de politiechef kan stellen dat de wijkagent bij de uitreiking een neutrale rol had, terwijl er ook wordt gezegd dat de wijkagent de voorzitter het advies heeft gegeven om verzoeker een toegangsontzegging te geven. Volgens verzoeker had de wijkagent hier een dubbele pet. Verzoeker heeft de indruk dat de horecaontzegging oneigenlijk is gebruikt, want hij kwam altijd op het inloopspreekuur op donderdagmiddag. Dat was voor buurtzaken en had niks te maken met horeca. Verzoeker vindt het vreemd dat volgens het Protocol collectieve horecaontzeggingen bij ergerlijk lastig gedrag een ontzegging van drie maanden wordt gegeven, terwijl verzoeker een ontzegging van een jaar heeft gekregen.

Het buurthuis

18. Volgens de website van de gemeente Leeuwarden (www.leeuwarden.nl) zijn er sociale wijkteams die spreekuur houden in buurthuizen, waaronder het buurthuis waar verzoeker de ontzegging voor kreeg. Op de website staat dat het spreekuur van het sociale wijkteam wordt gehouden in samenwerking met de wijkagent en twee woningcorporaties. Bij het sociale wijkteam kan men terecht voor vragen over solliciteren, re-integratie, schulden, opvoeden, hulpmiddelen, enzovoorts. Op de website van het buurthuis (www. buurthuis-tjerkhiddes.nl) staat dat het bestuur van het buurthuis ervoor zorgt dat er dingen georganiseerd kunnen worden, dat zij een wijkvereniging zijn en als vrijwilliger werken. Op de website staan verschillende sociale activiteiten die in het buurthuis plaatsvinden.

Heeft verzoeker na 6 februari 2014 nog een bezoek gebracht aan het buurthuis?

19. In het kader van het onderzoek van de Nationale ombudsman heeft verzoeker aan een medewerker van het bureau van de Nationale ombudsman laten weten dat hij na afloop van de ontzegging geen bezoek meer heeft gebracht aan het buurthuis.

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

20. Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid zich onpartijdig opstelt en zonder vooroordelen handelt. De overheid wekt bij de burger het vertrouwen dat zij onpartijdig te werk gaat. Dit betekent dat als twee burgers een conflict met elkaar hebben, de wijkagent in zijn contacten met die burgers ook de schijn van partijdigheid vermijdt.

21. Uit het onderzoek van de Nationale ombudsman is gebleken dat de wijkagent de volgende rol heeft gehad rondom de toegangsontzegging. De wijkagent heeft contact opgenomen met de voorzitter van het buurthuis en hij heeft hem geadviseerd om een ontzegging aan verzoeker te geven. De wijkagent heeft dit advies gegeven naar aanleiding van twee e-mailberichten waaruit hij opmaakte dat verzoeker op het eerstvolgende spreekuur voor problemen zou kunnen zorgen. Toen de voorzitter aangaf een langdurige ontzegging te willen geven, heeft de wijkagent de voorzitter bijgestuurd door te noemen dat de duur van 12 maanden zo’n beetje het maximum is. De wijkagent is naar verzoekers huis gegaan en hij heeft, voordat hij de ontzegging uitreikte, tegen verzoeker gezegd dat zijn manier van communiceren niet altijd handig is en de laatste tijd intimiderend overkwam. De toegangsontzegging had als ingangsdatum de dag van de uitreiking en gold daarna voor de duur van één jaar. Onderaan het formulier stond het logo van onder andere de politie.

22. Uit het onderzoek is verder gebleken dat de wijkagent een partijdige indruk heeft gemaakt op verzoeker toen hij de ontzegging uitreikte. Verzoeker noemt daarbij dat de wijkagent in het gesprek niets zegt over het gedrag van de voorzitter tijdens het spreekuur op 31 januari 2013 en dat de wijkagent de fout bij verzoeker legt. Verzoeker kreeg tijdens de uitreiking van de ontzegging niet de indruk dat de wijkagent slechts optrad als postbode.

23. De Nationale ombudsman vindt het begrijpelijk dat verzoeker dacht dat de toegangsontzegging afkomstig was van de politie, omdat de ontzegging door de wijkagent werd toegelicht en uitgereikt en omdat onderaan het formulier het logo van de politie staat. Verzoeker verwachtte dat de wijkagent langs kwam om te praten over een uitspraak van de voorzitter van het buurthuis waar verzoeker boos over was. De wijkagent wist dat verzoeker hem verwachtte. Bij het uitreiken van de ontzegging had de wijkagent verzoeker meer informatie moeten geven over de ontzegging, zoals het gebruik van het formulier voor horecaontzeggingen met het logo van de politie erop. Ook had de wijkagent duidelijkheid moeten verschaffen over de onpartijdige rol van de politie hierbij. Door de toegangsontzegging uit te reiken en daarbij uitspraken te doen over verzoekers manier van communiceren, zonder een heldere uitleg te geven over de neutrale rol van de politie hierbij, heeft de wijkagent onvoldoende het vertrouwen gewekt bij verzoeker dat hij onpartijdig was.

24. Om alle schijn van partijdigheid te voorkomen heeft de Nationale ombudsman eerder in een zaak over een collectieve horecaontzegging in Zwolle aanbevolen om horecaontzeggingen niet langer door een politieambtenaar te laten uitreiken maar door een vertegenwoordiger van de Horeca Zwolle (2011/330). Ook in de onderhavige zaak was het beter geweest als een vertegenwoordiger van het buurthuis de toegangsontzegging had uitgereikt in plaats van de wijkagent. Op deze manier wordt alle schijn van partijdigheid voorkomen. Indien dat ter voorkoming van escalatie wenselijk was, had de wijkagent deze vertegenwoordiger kunnen vergezellen.

25. Tot slot merkt de Nationale ombudsman nog het volgende op over het gebruikmaken van het standaardformulier voor een horecaontzegging. Een buurthuis heeft een maatschappelijke functie. Het is een plek waar wijkgenoten elkaar kunnen ontmoeten en waar een wekelijks spreekuur is van onder meer een sociaal werker. Een horecaonderneming heeft veel minder zo’n maatschappelijke functie. Bij gebruikmaking van het standaardformulier voor andere gebouwen dan een horecagelegenheid, is een uitleg waarom het formulier wordt gebruikt op zijn plaats. De politie kan bij de informatieverstrekking over toegangsontzeggingen erop wijzen dat die extra uitleg op het formulier of tijdens een mondelinge toelichting welkom is.

26. Door een ontzegging aan verzoeker uit te reiken heeft de wijkagent in strijd gehandeld met het vereiste van onpartijdigheid.

De onderzochte gedraging is niet behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van de politie-eenheid Noord-Nederland, die wordt toegerekend aan de politiechef van de eenheid Noord-Nederland, is gegrond wegens strijd met het vereiste van onpartijdigheid.

De Nationale ombudsman,
mr. F.J.W.M. van Dooren, waarnemend ombudsman

Publicatiedatum
Rapportnummer
2015/068
The Gibs-rules or the challenge? Reinventing Journalism.

11:20:29
In goed Nederlands: De ‘taskforce‘ van de (Nederlandse) overheid heeft er weer een ‘target‘ bij: ‘reinventing journalism‘. De Staat is de strijd om hun verantwoording niet te hoeven af te leggen aan het verliezen. Ze zijn het monopolie kwijt om te indoctrineren door informatie achter te houden of te misleiden. De moderne media hebben het overgenomen.
The Challenge: Reinventing Journalism

   De schrijvende pers en journalistiek zijn van groot belang voor de samenleving. Journalisten informeren ons en scherpen onze geest met informatie, opinie, debat en kritiek. Zij vervullen daarmee een belangrijke rol in de relatie tussen overheden, burgers en bedrijven. Vanuit zijn rol agendeert en duidt de journalist wat er in de samenleving leeft en heeft hij een controlerende functie op de macht. Dit alles kan alleen als de pers onafhankelijk is. Het kabinet staat daarom pal voor journalistieke onafhankelijkheid en vrijheid van de pers.

Het klinkt haast te mooi om waar te zijn, maar dit is toch ècht het officiële persbeleid    1   van onze overheid. Ze hebben zelfs een subsidieregeling van € 4 miljoen in het leven geroepen om 55 journalistplaatsen aan te stellen. Bij twee persbureaus en bij 26 dagbladen. De helft daarvan is weer verdwenen, dus voor een gemiddeld jaarsalaris van 40.000 euro hebben ze het regeringsbeleid mogen uitdragen.
Digitalisering, globalisering en convergentie hebben een ingrijpende invloed op pers en journalistiek. De overheid heeft in die ontwikkelingen een terughoudende rol, vanwege het belang van redactionele onafhankelijkheid. De overheid vervult wel een (bescheiden) rol als het gaat om het scheppen van voorwaarden voor kwaliteit, pluriformiteit en ondernemerschap.“, aldus door staatssecretaris Dekker eind 2013 bericht aan de Kamer.

Fusie Novum-ANP
   Die twee gesubsidieerde persbureaus bestaan inmiddels niet meer. Het ANP en Novum zijn sinds 1 januari van dit jaar gefuseerd. In feite is dat nu een monopolie geworden op het nieuws, zoals dat door de MSM-doorgeefluik wordt gepubliceerd.
De Kamervragen die D66 over deze fusie heeft gesteld werden met de gebruikelijk schofferende afscheping beantwoord: “de Autoriteit Consument en Markt (ACM) mag niets over deze fusies zeggen omdat de omzet te laag is“     2.   Maar… De ACM kan wèl optreden tegen kartelvorming of misbruik van een economische machtspositie op grond van de Mededingingswet. Kàn optreden. Om Ivo O. maar te parafraseren: “Het gebeurde niet, het gebeurt niet en het zal niet gebeuren.
Dat het ANP “niet geheel onafhankelijk” is, is vaker betoogd. Zowel door Edwin de Roy van Zuydewijn        2   als door het HHC    3   en vele andere mediabronnen die niet behoren tot het ANP-inteelt circuit. Onze monopolistische “staatsomroep” houdt er ook schimmige deals op na (zoals de gratis spotjes van FOX bij NOS), waarop Dekkers vorige week antwoordde: “Dat ik aan de huidige situatie niets kan veranderen, maar dat ik in overleg ben met de NPO en NOS over hoe dit in de toekomst transparanter kan.“    4      Mañana Mañana.
rt[O] Nieuws
     Het monopolie van de nieuwsvoorziening doorbreken is inmiddels gelukt. Mediaorganisaties als Veronica    5   en RTL    6      werden gedwongen zich buiten het territorium van de staatsazijnpissers te vestigen. Maar hun uitzendingen waren wel grensoverschrijdend. Gewoon Over de Muur, zoals het Klein Orkest zingt    7. Uiteindelijk wint het volk altijd van de tirannen.
RTL-Nieuws     8   is dan ook een van de weinige Main Stream Media organisaties die wèl kritiek durven te uiten op het falende overheidbeleid. Zij vervullen de rol van waakhond en controleur van machtsmisbruik. Maar hun focus ligt op de TV-uitzendingen. En die is bij de jongere bevolking, die is opgegroeid met internet en video-on-demand, steeds minder gekanaliseerd. Waar vroeger de meerderheid om exact 20:00u “Het Journaal” tot zich nam, gaat men nu zelf op zoek naar informatie.
Oude media
   Een tweet     9   van Alexander Pleijter van de webiste “Toekomst van de Journalistiek” fascineert: “Ook de New York Times worstelt met de vraag: bij welk nieuws sturen we een pushbericht?
Het laat dezelfde soort discussie in Amerika zien als die wij onlangs hadden over Tarik Zahzah die het NOS nieuws haalde    10.   Moet informatie wel of niet worden vrijgegeven aan het publiek?
Daar begint de tweedeling al. Het instituut vs. het publiek. De elite vs. het plebs. De haves vs. have-nots. De jager vs. de prooi. Kennelijk bestaat er de misvatting dat het normaal is om censuur te plegen. De burger mag niet alles weten. Het zou immers zijn onbevangen status als belastingslaaf eens kunnen aantasten. Hij/zij zou eens kritisch kunnen worden. Overheidsmisdadigers ter verantwoording kunnen roepen…
Dat wil de gevestigde macht niet. Het zou de macht afbrokkelen. De legitimiteit ontkrachten en laten wegebben. Als er al informatie wordt prijs gegeven dan moet dat selectief gebeuren. Mondjesmaat, goed getimed, en vooral niet doorvragen of details bieden. Kortom, het kenmerk van een slechte leugen      10. En de burger, die de Gibs-rules óók kent past regel 3 toe: “Never believe what you are told: double check.“    11.
Vroegâh werd dit door sommige reguliere media zelf gedaan. Maar in het bevredigen van hun in korte-termijn-winst denkende aandeelhouders hebben zij het principe van double-check losgelaten in ruil voor “hier het eerste” non-info (met bijbehorende sponsors en advertenties). Het haastige-spoed-is-zelden-goed is een kenmerk van een ziek systeem. De diarrhee loopt door de bilnaad naar buiten. Als eerste een waterige blubber aanbiedende, die je maar beter kan vermijden wil je niet zelf geïnfecteerd worden.
   Ondanks deze risico’s van misinformatie citeren politici liever de meepraters en de non-informatie verstrekkers. Dat vinden ze veiliger. BREAKING: Rutte schudt handje    14.
Maar op de terloopse opmerking: “Cuba eist dat de Amerikanen Guantanamo Bay sluiten en teruggeven voordat diplomatieke betrekkingen volledig hersteld kunnen worden.” wordt verder niet ingegaan.
Er is geen woord te lezen over de confiscatie van grond (zoals ook Israel bij Palestina doet), of over de “gelegaliseerde” martelingen op “non-American soil”. Of over de positie van Rutte naar aanleiding van het verzoek van Amerika om hun Guanatanamo rotzooi voor hen op te ruimen. Een referentie naar     Top 5 Reasons to Prosecute Bush and Cheney    15    ontbreekt. De MSM laat de (politieke en institutionele) top met rust, maar maakt wel gewag van de berechting van individuen    16.
Nieuwe media
   Het systeem van communicerende vaten zorgt automatisch voor een tegenhanger. Hoe harder de volksoplichters      12   aan de ene kant drukken, des te meer counter-vailing power komt er aan de andere kant.    13.   Er zijn diverse websites opgericht, waaronder deze -HHC-, die de niet passief apathische lezer/onderzoeker in-depth informatie aanbieden. Wèl met checks, balances and references.
Maar om als verslagleggend medium toegang te krijgen tot informatie blijft lastig. Het volledig onstpoorde overheidsinstuut doet er alles aan om hun machtspositie te behouden door voortdurend barrières op te werpen en vertraging met verschroeide aarde taktiek toe te passen. Na vele jaren op zijn beloop laten is de grond niet langer vruchtbaar meer en volkomen uitgeput.
       Er worden allerlei initiatieven ontplooid. Iedereen kan zijn  eigen “pers-kaart” aanvragen    14   of zelfs zelf uitprinten en plastificeren    15.   En dan maken de Gibs-rule 35: “Always watch the watchers” organisaties weer bezwaar    16.   Territoriumdrift. Op monopolies moet je zuinig zijn. Slechts één persoon is voldoende om een monopolie tot een duo-, en vervolgens, oligo of zelfs demopolie om te vormen.
Push media
      Diverse para-informatieve sites als KLOL    17   en Barracuda    18   lijken in winterslaap te zijn gegaan. Maar Gibs rule 39    19   is van toepassing: Toeval bestaat niet.
De nieuwe journalistiek is namelijk allang uitgevonden. Alweer een target die door de taskforce van het ministerie niet is gehaald. Ondanks de vele miljoenen die zijn uitgegeven aan koffie       20 voor de “think-drank-tank”.
De papieren nieuws editie is nagenoeg ter ziele. De “horizontale programmering TV” is een archaïsch gedrocht. En waarom zou je nog online gaan shoppen om op zoek te gaan naar nieuws als je het gewoon bij je thuis kan laten bezorgen?   Dankzij het fenomeen “bonuskaart” weten we precies wie in wat is geïnteresseerd en kunnen we “aanbiedingen op maat” doen    21.    Ook opper-spy-webbrowser Google’s Chrome heeft dat inmiddels door    22,   ondanks de pogingen van de EU-overheid om die macht in te perken    23.
Zelfs bij universiteiten, van huis uit toch de bolwerken waar nieuwe ontwikkelingen worden geboren en maatschappelijke discussies worden gevoerd, wordt het vrije woord soms ingeperkt. Denk aan de recente onvrede bij de UvA, culminerend in de bezetting van het Maagdenhuis. Maar ook in het buitenland vinden dit soort restricties plaats        24.
   Informatie vesrpreidt zich. Ook als de overheid zich in allerlei bochten wringt om Twitter verzoeken te laten verwijderen    25   en social media botweg af te sluiten    26.    De transparantie is niet meer tegen te houden. Verbergen in doofpotten lukt niet meer. Wat de overheid slechts rest is er voor te zorgen dat ze niet langer nog iets te verbergen heeft. Ze moeten zich gewoon aan onze regels houden, verantwoording afleggen, en misdadigers (ook politici en top-ambtenaren) voor de rechter brengen. Kortom, doen waarvoor ze door ons zijn aangesteld.

Bron: http://www.hethaagsecomplot.nl/20150415-reinventing-journalism.htm

 

Manuel Schadwald verschwand 1993

 

Polizeimeldung vom 24.07.1993

Tempelhof – Schöneberg

24.07.1994

 

Vermisster Manuel Schadwald Bild: Polizei Berlin

Der Schüler Manuel Schadwald (1981 in Berlin geboren) verließ am 24. Juli 1993 die elterliche Wohnung in Berlin-Tempelhof, um mit öffentlichen Verkehrsmitteln zum Freizeit- und Erholungszentrum Wuhlheide (FEZ) in Berlin-Köpenick zu fahren. Dort kam er nicht an. Schadwald spielte oft in Berliner Kaufhäusern und dem FEZ an Computern. In den vergangenen Jahren gingen auch Hinweise ein, die auf Verbindungen zur Homosexuellen- bzw. zur Kinderpornoszene in den Niederlanden bzw. Belgien schließen ließen. Diese Hinweise konnten jedoch nicht verifiziert werden. Manuel hat grau/braune Augen; im Jahr 1993 war er 1,57 m groß und schlank und hatte dunkelbraune Haare. Bei seinem Verschwinden trug er kurze Jeans, schwarze Turnschuhe, ein graues T-Shirt und eine graue Sommerjacke mit Emblem auf dem Rücken. Manuel Schadwald führte einen türkisfarbenen Rucksack mit der Aufschrift “Miami Vice”, einen Ferienpass und einen Wohnungsschlüssel mit sich. Über den Vermisstenfall wurde bereits umfassend in den Medien berichtet. Die Kriminalpolizei fragt:

·         Wer kann Angaben zu den Umständen des Verschwindens oder zum gegenwärtigen Aufenthaltsort des Vermissten machen?

Hinweise nimmt die Vermisstenstelle des Landeskriminalamtes (LKA 124) in der Keithstraße 30 in Berlin-Tiergarten unter den Telefonnummern (030) 4664 – 91 24 00 oder – 91 24 01 oder oder jede andere Polizeidienststelle entgegen.

Bron:     http://www.berlin.de/polizei/polizeimeldungen/pressemitteilung.82998.php     Wo ist Manuel Schadwald?   11. Juni 2007 | Autor: Boudine Am 2. April Bericht 2007 (pdf) des sexuellen Missbrauchs von Kindern durch Joris Demmink. Die Beklagte in einem solchen Rechtsstreit in der Regel festgenommen, während die Medien nageln ihn an den Pranger. Nicht aber im Falle von George! Um es wird nur initiiert eine Sondierungsforschung und die Medien schweigen! Nur über das Internet ermöglichen die Blogger selbst gehört. Lassen Sie uns daher die Durchführung einer explorativen Untersuchung, nicht George, sondern um sexuellen Missbrauch von Kindern. Im Juli 1993 verschwand der 12-jährige Manuel Schadwald aus Berlin. Seine Eltern ließen sich scheiden, mit seiner Mutter lebte und die deutsche Polizei registriert ihn als Ausreißer. Zeugen hatte Manuel jedoch gesehen, in Rotterdam, wo er in der Prostitution gelandet. Im Jahr 1994 das Rotterdamer Polizei daher gründete die HIK-Team (Kinderhandel) und im Jahr 1995 dieses Team ein Netzwerk von männlichen Prostitution war auf der Strecke. Ein Rotterdam Bordellbesitzer, der Deutsche Lothar Glandorf, wurde verhaftet, aber Manuel war und blieb unauffindbar, obwohl er in Amsterdam wurde gesichtet haben. Die Berliner Morgenpost war für Manuel, der plötzlich im Jahr 1998 erschienen ist, nicht im Fleisch suchen, aber in einem Telefongespräch mit einem belgischen und Pornofotos von Zandvoort, davon später mehr. Die Berliner Morgenpost schrieb im Februar 2003, eine gewisse Wanja Götz (aka Grigori), erklärte, dass Rainer Wolf hatte für die Stasi gearbeitet. Er würde schon Kinder aus Osteuropa an Politiker aus dem Westen, die nach Erpressungen vorgenommen wurden angeboten. Das Ganze war eine düstere Sumpf! Hat Manuel Schadwald nichts mit Joris Demmink tun? Wir wissen es nicht! Auf Whistleblower Online war am 7. Januar 2004: “… ein Broadcast-Netzwerk am 20. April 1998. … für Handel minderjährigen Jungen in der Prostitution und Missbrauch. Hier ist die vollständige Beschreibung, wie in den Archiven von Klang und Bild gefunden: 1994 der HIK-Team, das zunächst auf Manuel Schade Tracks, die angeblich zu Ende war in der Prostitution in Rotterdam gegründet wurde Bericht über die polizeilichen Ermittlungen. Die HIK-Team kam in einer Eskorte-Club, von der Deutschen Lothar G. G. laufen Dies war der Kopf eines Netzwerks von Handel mit minderjährigen Jungen. Und Sex Jungen wurden aus Polen in die Niederlande mit Hilfe eines Top-Beamter der niederländischen Regierung geschmuggelt. Lothar G. wurde zu fünfeinhalb Jahren Gefängnis verurteilt, die Spitzenbeamten “George” zu 240 Stunden gemeinnütziger Arbeit und sechs Monate auf Bewährung. ” Im Online-Archiv für Ton und es ist leider nicht gefunden. Allerdings ist eine Beschwerde über diese Sendung an den Presserat, nicht von Joris durch den Bordellbesitzer Henk S. “Die Redaktion des MP eingereicht werden, aber Fröberg, M. Henneman, C. Labeur und R. van Til, reagiert. Vielleicht einer von ihnen erinnern kann, wer der Spitzenbeamter Joris war! Ceterum censeo Joris Demmink kriminelle … Fortsetzung folgt.

Waarom weerspreekt Opstelten weerzinwekkende beschuldigingen niet?

Advertentie, geplaatst in Haarlems Dagblad van 11-07-2011   Geachte lezer,   Vindt u het niet vreemd dat 2 Nederlanders die al jaren van de daken schreeuwen dat onze secretaris-generaal (sg) van Justitie, Joris Demmink een pedofiele moordenaar is, nog niet in de cel zitten, zelfs niet vervolgd zijn? Van koopman Koning Willem I is de stelling afkomstig “wie zwijgt, stemt toe”. Vindt u het niet merkwaardig dat mijn boek De Demmink Doofpot, waarvan binnen 4 maanden 10.000 exemplaren zijn uitgegeven, in de Doofpot van Justitie gestopt is? Daarin staan 3 onthullende rapporten en 56 onthutsende bijlagen. Het eerste rapport van de hand van een juridische autoriteit, het tweede van een onderzoeksjournalist en het derde van 2 voormalige rechercheurs, bestuursleden van de Stichting Expertgroep Klokkenluiders met als voorzitter Paul van Buitenen, die in 1999 een sleutelrol speelde bij de val van de Europese Commissie.   Op 7 december 2009 schreef een van hen aan mij: “Ik heb zelf eerder uit zeer betrouwbare bron vernomen dat sprake is van een groot pedofielennetwerk in Den Haag. Daarin zou niet alleen genoemde sg Joris Demmink betrokken zijn, maar veel meer hoge topambtenaren en politici.”   Minister Opstelten had zich al lang van Demmink moeten distantiëren, onverwijld een onafhankelijk onderzoek naar hem moeten gelasten en hem voor de duur van het onderzoek op non-actief moeten stellen.   Overigens gaat het niet alleen om een pedofielennetwerk in Den Haag, maar zelfs om een Europees netwerk met als centrum Amsterdam. Dat stellen het Duitse dagblad Die Welt en haar ochtendblad Der Berliner Morgenpost. De journalisten Dirk Banse en Michael Behrendt hebben over dit onderwerp ruim 100 artikelen geschreven, reeds vanaf 1998. Als meest opzienbarend vermeld ik daaruit: ]Kinderpornographie: Stasi erpresste Politiker d.d. 12 februari 2003 (Stasi is afkorting Staatssicherheit, JP):   “Das Ministerium für Staatssicherheit (MfS) der DDR hat mit Kinderpornographie einflussreiche Persönlichkeiten in Westeuropa erpresst. Das erklärt der ehemalige Verbindungsoffizier zwischen dem früheren sowjetischer Geheimdienst KGB und dem MfS, Wanja Götz (Deckname “Grigory”), in einer eidesstattlichen Versicherung die der Berliner Morgenpost vorliegt. Zu den Erpressten gehören Politiker, Richter und Industriellen von denen einige nach wie vor Einfluss in den westlichen Demokratien haben. Nach dem Fall der Mauer hat das ehemalige Stasi-Netzwerk die geheimdienstlichen in finanzielle Interessen ungewandelt. [...] Wegen der Brisanz der darin enthaltenen Informationen auch über westeuropäische Politiker werden diese Unterlagen nach wie von der Öffentlichkeit vorenthalten. Lediglich Geheimdienste durften in die von der CIA gefilterten Berichte Einsicht nehmen.”   NB. Politici en topambtenaren hoeven zich dus geen zorgen te maken zolang hun afhankelijke geheime diensten zwijgen!   “Eine Schlüsselrolle spielte Reiner Wolf, der Vater des noch immer vermissten Berliner Jungen Manuel Schadwald, berichtet der in Berlin lebende Götz.”   NB. Voor de journalisten Banse en Behrendt is het hoofdonderwerp het lot van de waarschijnlijk in Nederland vermoorde Manuel Schadwald, waarop ik later terugkom omdat Nederland daarin een hoofdrol speelt.   “Erst viel später erfuhr ich (Götz, JP) dass Wolf nach seiner von der Stasi inszenierten Übersiedlung in die BRD 1984 in Auftrag der Auslandsspionage des DDR-Geheimdienstes mit Kinderpornographie Westeuropäer erpresst hat. Die Kinder habe sich das MfS aus DDR-Heimen geholt.”   Velen van hen zijn ontvoerd naar kinderbordelen in Amsterdam en Rotterdam. Dit is bekend bij onze Justitie volgens het artikel Holländische Justiz: Manuel Schadwald wurde doch entführt in de Morgenpost van 3 september 1998: “Aus dem niederländischen Rechtshilfeersuchen geht hervor dass Manuel am 24 August 1993 von Polen nach Holland gebracht wurde, um in der Kinderprostituiertenszene arbeiten zu müssen. Wie die Berliner Morgenpost bereits berichtete war Manuel eines der Kinder, das Lothar Glandorf in seinem Rotterdammer Bordell missbraucht hat. [...] Hintergrund ist der Kinderpornoskandal von Zandvoort, bei dem Tausende vor Aufnahmen mit missbrauchten Babies entdeckt worden waren. Der Hautpbeschuldigte Robby van der Plancken, ein Belgier, soll nach Angaben der niederländischen Justiz den Tempelhofer Jungen 1993 mutwillig und widerrechtlich aus Berlin über Polen in die Niederlande entführt haben.”   In het artikel Kinderpornos: 23 Festnahmen staat: “Nach dem Kinderpornofund von Zandvoort im Juni wird nun länderübergreifend gefahndet. [...] Der Belgier (Robby van der Plancken uit het netwerk van de beruchte Dutroux, JP) wird von der niederländischen Justiz beschuldigt, den Berliner Jungen Manuel Schadwald in die niederländische Prostituiertenszene verschleppt zu haben. Van der Plancken sitzt in einem italienischen Gefängnis, weil er seinen Geliebten und Geschäftspartner Gerry Ulrich aus Zandvoort erschossen haben soll. [...] Van der Plancken hatte zugegeben dass er mit dem Kinderbordell-Besitzer Lothar Glandorf (Rotterdam, JP) – aktiv war. Nun wird Van der Plancken auch noch von der niederländische Justiz der Entführung van Manuel Schadwald über Polen in die Niederlande angeklagt.”   En in het artikel Widerspruch zu Polizei: “Auf beschlagnahmten Pornofotos seien mindestens 340 Kinder und Jugendlichen abgebildet. [...] Einige Fotos zeigen – nach Angaben einer Belgischen Boulevardzeitung auch den seit fünf Jahren vermissten Berliner Manuel Schadwald.”   In een ander artikel, Vater von Manuel Schadwald soll in Pädophilen Bars verkehrt haben. Neuer Fall in den Niederlanden, staat: “Wie berichtet hatte die Amsterdamer Zeitung De Telegraaf behauptet Wolf (Stasi, JP) selbst hätte seinen damals zwölfjährigen Jungen in ein Bordell in die Niederlanden verschleppt. [...] hatte Wolf bei seinen Besuchen im ‘Pinocchio’ auch Kontakt mit dem Bordellbetreiber Lothar Glandorf, der in seinem Rotterdammer ‘House of Boys’ Knaben zur Prostitution gezwungen haben soll und [...]. in den Niederlanden im Gefängnis sitzt. [...] Seit dem laufen in den Niederlanden Ermittlungen gegen die Polizisten die damals die Observation durchgeführt haben. Die niederländische Justiz gab zu, dass es Ermittlungs- pannen gegeben hat. [...] Nun gibt es auch einem Fall von Kinderpornographie im niederländischen Justizministerium. Dort wurde ein Beamter fristlos entlassen weil den Mann eine riesige Sammlung von Kinderpornographie angelegt hatte.”   Eerder had in Der Fall Manuel und die Panne der niederländischen Polizei gestaan: “Der Vorfall wurde bewusst von diesem Observationsteam der niederländischen Polizei geheim gehalten. Der Bericht darüber verschwand aus dem Computersystem. [...] John Staps, Chef der Jugend und Sittenpolizei der Rotterdammer City, erklärte gestern: “Ich befürchte dass auch Manuel Schadwald tot ist. Und die Frage ist doch wo sind all die andere Jungen geblieben.” Waarom is Manuel Schadwald zo belangrijk voor Die Welt c.s.? Omdat hier sprake is van een wereldwijd kinderpornonetwerk volgens een artikel in de Berliner Morgenpost van 16 juli 1998 Weltgrößtes Kinderporno-Netz aufgedeckt: “Ermittler der belgischen Bürgerinitiative Werkgroep Markhoven (n.a.v. het Dutroux-schandaal, JP) haben offenbar das bisher größte Kinderporno-Netzwerk der Welt aufgedeckt. “Wir haben Tausende von unfassbar perversen Kinderpornos in den Niederlanden sicher gestellt und der Polizei übergeben,” sagte das Mitglied der Initiative Marcel Vervloesem der Berliner Morgenpost. Die Verbindungen des Netzwerkes sind weltweit.”   Hoe is het mogelijk dat, ondanks dit alles, het Amsterdamse kindermisbruik door Robert M. toch als een shock kwam? Eerder was Amsterdam gewaarschuwd voor deze Robert M., die in Heidelberg zijn schanddaden al had uitgeoefend. Uiteraard legde men de waarschuwing naast zich neer. Pas na druk vanuit Amerika kon men die niet langer in de wind slaan.   Voor mij was het geen nieuws. In De Demmink Doofpot heb ik als bijlage 41 het artikel Kein Einzeltäter uit Die Welt van 8 maart 2004 opgenomen. Hun verhaal eindigt somber. “Tatsächlich erfuhren wir von Berliner Kriminalbeamten dass Sie von ihren niederländischen Kollegen einem Hinweis erhalten hatten dass die Suche nach Schadwald zu nichts führen würde. “Ich musste unterschreiben nichts mehr über den Fall zu sagen Lasst die Finger von dieser Sache, riet der Amsterdamer Beamte freundschaftlich. Und dann fügt er jenen Satz zu, der betroffen macht: Der Fall Schadwald steht unter keinem guten Stern.”   De stelselmatige jarenlange passiviteit van Justitie was voor mij aanleiding tot 3 acties:   1. Mijn advertentie Hebt u vertrouwen in onderzoek Amsterdams kindermisbruik? van 8 januari 2011, gericht aan de bedrogen ouders, waarvan het merendeel door hun advocaat ten onrechte werd geadviseerd niet met de media te spreken. 2. Mijn brief aan de chef-redacteur van Die Welt, Jan Eric Peters, d.d. 8 februari jl. Onderzoeksjournalist Banse belde mij daarop dat hij en zijn collega Behrendt de directeur van Chipshol en mij graag in Berlijn op 19 maart ter redactie wilden spreken. 3. Vijf besprekingen in bijzijn van onze bedrijfsjurist met beide journalisten, 4 keer 1 dag in Berlijn en 1 keer 3 dagen in Nederland. Omdat Justitie in Nederland al jaren in gebreke is gebleven, ging Chipshol nood- gedwongen zelf, ook in het buitenland, rechercheren.   In genoemde advertentie had ik er reeds op gewezen, in navolging van Die Welt, dat de Belgische pedofiele moordenaar Dutroux geen Einzeltäter was maar onderdeel van een Europees pedofielennetwerk dat aangestuurd werd vanuit Amsterdam. Voorts dat in de bungalow van Ulrich in Zandvoort video’s vertoond waren met weerzinwekkende opnamen die een golf van ontzetting door heel Europa joegen. Die Welt schreef “Die Aufnahmen sind nun in Besitz verschiedener Polizei und Justizbehörden.”   NB. Na overdracht van de video’s aan Justitie is Ulrich in Italië vermoord.   Voor Die Welt was het volkomen duidelijk: “Das sogenannte Zandvoort-Material könnte der Schlüssel bei den Ermittlungen gegen das internationale Kinderschändler Netzwerk sein.”   Als er al ooit een onderzoek zou zijn geweest, waarom heeft Nederland daar dan nooit iets van vernomen? Doofpot? Geen wonder dat het Europese pedofielen- netwerk, aangestuurd vanuit Amsterdam, nooit is opgerold en Robert M. ongestoord zijn gang kon gaan.   Toen gebeurde er iets opmerkelijks. Ik kreeg een brief van een (niet-anonieme) getuige d.d. 6 augustus 2010: “Geachte heer Poot, Ik heb gisteren uw boek m.b.t. de Demmink-affaire ontvangen. Ik heb hem met stijgende verbazing gelezen. Dit lijkt mij duidelijk gezien mijn rol in de Demmink-affaire. Jammer genoeg zijn er wat feitelijke onjuistheden in het geheel en vooral m.b.t. de kluisverklaring van Mr. F. Teeven. Ik stel mij beschikbaar voor enig commentaar c.q. meer informatie m.b.t. uw dossier.”   Was briefschrijver X oprecht? Of een infiltrant namens bijvoorbeeld Justitie? X stelde voor de BVD te hebben gewerkt. De directeur van Chipshol heeft 2 besprekingen met X gevoerd en kwam onder de indruk van zijn kennis van zaken, ook over Demmink. Als final check heb ik hem bij mij thuis uitgenodigd en overgehaald mee te gaan naar Die Welt in Berlijn. Pas na lang aarzelen, verwijzend naar zijn videogetuigenis door zijn notaris bekend te maken na zijn dood, stemde hij toe. Op 18 april vond op het hoofdkantoor van Die Welt een diepgaande bespreking plaats. Ook de beide journalisten waren zo onder de indruk van zijn verklaringen over Demmink en het pedonetwerk, dat zij hem ter plekke hebben verzocht een door journalist Behrendt opgestelde schriftelijke verklaring te ondertekenen, terwijl Banse een verklaring op video heeft vastgelegd.   Zijn meest brisante mededeling luidde dat Demmink aanwezig was op het jacht Apollo, toen Manuel Schadwald aan boord werd vermoord. Eerder schreef Die Welt over dit voorval Folter video’s in Amsterdam: “Eines der Opfer ist wahrscheinlich Manuel Schadwald. Ein Insider der Szene in Amsterdam sagte der Berliner Morgenpost: “Auf einem Film erstickte ein Kind an den Genitalien seines Peinigers. Vermutlich war das Manuel.” En later in Ich saß neben Manuel im Auto: “In welche Fänge ist der Berliner Junge da geraten? Ulrich soll mit dem Millionen schweren Wirtschaftsprüfer Leo van Gasselt auf der Luxus Yacht Apollo Kindersex-orgien gefeiert haben. [...] In einer BBC Dokumentation von April 1997 hieß es, dass auf einem Boot mehrere Kinder vor Laufender Kamera zu Tode gefoltert worden seien.”   Gevraagd hoe X zo zeker wist dat Demmink op het jacht aanwezig was, antwoordde hij dat hij in opdracht van de BVD geïnfiltreerd was in de betreffende pedo-bende, o.a. via Stichting De Maasdam. De jongen zou daarna in een zak met stenen verzwaard in het IJsselmeer geworpen zijn. X stelde beide journalisten voor naar Muiden te komen om hun daar te tonen wáár. Toen de journalisten de moeite namen om snel naar Nederland te komen weigerde hij aanvankelijk om mee te gaan, maar uiteindelijk ging hij toch akkoord. De journalisten hadden zich grondig voorbereid en stelden tal van controlevragen en confronteerden hem met foto’s van betrokkenen die hij feilloos identificeerde.   Tenslotte zegde hij toe binnen 2 dagen documenten, bij diverse notarissen gedeponeerd, rechtstreeks aan de journalisten te zullen overhandigen. Daar zag hij op het allerlaatste moment van af, met als reden dat hij wegens een hartaanval in het ziekenhuis was opgenomen.   Later heeft hij beide journalisten verzekerd de beloofde documenten alsnog naar Berlijn te zenden, hetgeen tot op heden niet is gebeurd.   Is de getuige als infiltrant door Justitie op óns afgestuurd, of is hij oprecht maar bang geworden of bedreigd? Hoe het ook zij, een nóg langere passiviteit van onder meer de minister van Justitie, Opstelten, is onacceptabel en verwerpelijk. Een onderzoek naar het handelen van sg Demmink en al degenen die hem beschermen (of van de zaak wegkijken) is een kwestie van landsbelang. De rechtsstaat kan zich immers niet veroorloven dat de topman van Justitie al meer dan 15 jaar onderwerp is van de meest weerzinwekkende beschuldigingen, terwijl hijzelf noch zijn werkgever zich openlijk verdedigt.   Wassenaar, 8 juli 2011   drs. J. Poot (13/08/1924), oprichter Chipshol-groep (1986) en Eurowoningen (1960)

 

Link: http://www.youtube.com/watch?v=x3BJw4lH6dk  

 

Nog een filmpje met tekst en uitleg over mijn woede omtrent de ontruiming van het Maagdenhuis en de prio`s politie Amsterdam: http://www.youtube.com/watch?v=jHR2xJC_MPE

Website Flag Counter sinds 20 december 2012 (naar herkomst unieke bezoekers qua land);
Flag Counter

 

Sinds 14 januari 2013 Motigo Webstats;


Free counter and web stats


#####################################################


#####################################################

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>