Demmink aanklacht

Schuldigen, handlangers, medeplichtigen of “beschermers” van het pedonetwerk rond Joris Demmink zijn in ieder geval:
Joris Demmink (VVD)
Ivo Opstelten (VVD)
Frits Huffnagel (VVD)
Mark Rutte (VVD)

Winnie Sorgdrager (D66)
Magda Berndsen (D66)
Alexander Pechtold (D66)

Albayrak (PVDA)
Henk Wooldrik (PVDA)
Annet Bronsvoort (PVDA)

Ernst Hirsch-Ballin (CDA)
Piet Hein Donner (CDA)
Bearn Biker (CDA)

Harro Knijff
Nicole Vogelenzang
Yehudi Moszkowicz
Rudolf Bekink

Mark Rutte
Ivo Opstelten
Joris Demmink
Fred Teeven
Ard van der Steur
Annemarie Stordiau
Herman Bolhaar
Hans Westenberg
Ivo Hommes
Gerard Roes (FOTO)
Paul van der Flier
Jan Wolter Wabeke
Hans Holthuis
Henk Wooldrik
Anouchka van Miltenburg
Peter R. de Vries
Pieter Jaap Aalbersberg
Bernhard Welten
Henk Korvinus
Carla Eradus
Pieter Kalbfleisch
Benk Korthals
Nebahat Albayrak
Frits Bakker
Bert van Delden
Walter Hendriksen
Mischa Wladimiroff
Harm Brouwer
Henk Mous
Ernst Hirsch Ballin
Piet Hein Donner
Frits van Straelen
Bert-Jan Houtzagers
Frits Huffnagel
Camiel Eurlings
Marcel Gelauff
Marcel Haenen

Aangifte tegen Demmink en Brouwer in onderzoek Marianne Vaatstra

Geplaatst op 12 november 2015 door Wim Dankbaar

Hieronder volgt de tekst van de aangifte die ik ga doen. Een ieder die deze aangifte mede wil ondertekenen, moet mij zijn/haar naam en adres mailen naar dank@xs4all.nl. Alleen je naam komt op de website en de aangifte. Op verzoek geef ik de adresgegevens aan Justitie. Het gaat er even om dat we minstens honderd mensen hebben die de aangifte ondersteunen. Deze laffe leugenaars/verkrachters van onze rechtstaat moeten nodig geëxposeerd worden.

Elke Nederlander wordt door de politie gemaand om onverwijld aangifte te doen bij constatering dan wel ernstig vermoeden van strafbare feiten.

Hierbij doe ik aangifte tegen tegen Mr. Joris Demmink, Mr. Harm Nanne Brouwer, Mevrouw Nettie Groeneveld, Mr. Annette Bronsvoort, Mr. Henk Mous en oud burgemeester Piet Visser, wegens onder meer de volgende misdrijven:

– Misbruik van macht.

– Het onjuist informeren (voorliegen) van het Nederlandse publiek.

– Het assisteren van verkrachters, c.q. moordenaars om hun straf te ontlopen.

– Het manipuleren en vernietigen van bewijsmateriaal in een strafrechtelijk onderzoek.

– Samenzwering.

– Nalatigheid

– Het systematisch negeren en intimideren van getuigen.

– Belemmering van de rechtsgang.

Beschrijving van de feiten:

Ten tijde van de moord op Marianne Vaatstra op 1 mei 1999, was Joris Demmink Directeur Generaal Vreemdelingenzaken van het ministerie van Justitie. In die functie was hij verantwoordelijk voor het asielzoekersbeleid en de baas over het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) waar ook het toenmalige AZC Kollumerland onder viel.

Harm Brouwer was Hoofdofficier van Justitie voor het parket Leeuwarden, zoals ook door minister Opstelten in antwoord op kamervragen van kamerlid Hero Brinkman is bevestigd. In die functie had Brouwer het gezag over het onderzoek van de politie naar de moord op Marianne Vaatstra. Onder meer onder zijn gezag vielen de toenmalige persofficier Michiel Severein, burgemeester Piet Visser, de AZC directie, teamleider van het onderzoek Jan Verkaik en politiewoordvoerder Robert Rambonnet.

Op 1 mei 1999 is de destijds 15 jarige Irakese asielzoeker Fa’ek Mustafa aangehouden op het AZC Kollumerland en naar het politiebureau te Buitenpost gebracht, waar hij ruim 24 uur is vastgehouden en verhoord. Aanleiding hiervoor was een tip van Marianne’s vrienden en familie die direct na de vondst van Marianne’s lichaam hebben gemeld dat Marianne twee weken eerder met de dood was bedreigd door Fa’ek Mustafa en diens onafscheidelijke vriend Ali Hassan. Deze Ali Hassan was niet meer aanwezig op het AZC. In mijn bezit is een recente verklaring van Fa’ek dat hij op die bewuste zaterdag een zeer belastende verklaring over Ali Hassan heeft afgelegd tegenover de politie te Buitenpost.

Op zaterdag 1 (één) mei 1999 ben ik door de politie opgehaald en heb ik op het politiebureau te Buitenpost een verklaring afgelegd inzake de moord op Marianne Vaatstra. Ik wil niet prijsgeven hetgeen ik heb verklaard maar wens wel aan te geven dat ik in ruil voor het vertellen van het adres van mijn vriend Ali Hassan in Leeuwarden men mij verder met rust zou laten. Men wekte bij mij de indruk dat Ali aldaar gearresteerd zou worden. Vervolgens heb ik Ali nooit meer gezien.
Ik ben tegen mijn wil in getuige geweest van de moord op Marianne Vaatstra maar wens over de details niet te verklaren. Wel verklaar ik bij deze dat Ali Hussein Hassan Marianne heeft gedood in de caravan van Wolfgang Hebben, bewoner van het AZC Kollum op dat deel dat niet tot het AZC behoorde maar werd bewoond door vaste standplaatshouders uit de periode dat het AZC nog niet bestond.
Marianne kwam wel vaker in de caravan van Wolfgang Hebben. Zij is die bewuste nacht daarheen gebracht door Ludger Dill in diens auto, een donkergrijze Mercedes stationcar.
Ik verklaar dat ik weet wie een derde persoon heeft gebeld om Ali in de nacht van de moord naar Leeuwarden te brengen. Ik verklaar dat ik er met niemand over heb durven praten maar wel op zondagmiddag twee mei negentienhonderd negenennegentig in de namiddag met een vriend heb besproken wat er in de afgelopen nacht is gebeurd. De identiteit van die vriend heb ik gedeeld met de auteur(s) van het boek ‘Het verboden dagboek van Maaike Vaatstra.’
Ik verklaar dat de mij bekende Ali Hussein Hassan, die Marianne heeft gedood, niet de persoon was die door Justitie is gearresteerd in Istanbul in oktober 1999. Deze persoon ken ik niet en heb ik slechts gezien op TV. Ik heb hem nooit in levende lijve gezien.

De aanhouding van Fa’ek en zijn verhoor te Buitenpost op 1 en 2 mei 1999, is mij bevestigd door adjunct AZC directeur Louis Uijl. Ik sluit een transcriptie van dit gesprek bij als produktie 1. De relevante passage luidt als volgt.

Wim: Maar ik vind het wel een beetje raar, wat kan de reden daarvan geweest zijn dat hij dan overgeplaatst wordt? Zo’n jongen moet dan toch gelijk verhoord worden?

Louis Uijl: Ja, dat is die ook!

Wim: In Drachten dan?

Louis Uijl: Nee hoor, hij is gewoon in, volgens mij was dat in Buitenpost, is hij verhoord.

Wim: Op diezelfde maandag 3 mei 1999?

Louis Uijl: Nee, daarvoor! En hij heeft een paar dagen daar mogen verblijven.

De belastende verklaring van Fa’ek over Ali Hassan wordt ondersteund door een verklaring van zijn vriend en klasgenoot Rida Hashimi:

Op zondagmiddag 2 mei 1999, daags na de moord op Marianne Vaatstra, heeft mijn vriend en klasgenoot Feik Mustafa, die op zaterdag 1 mei 1999 voor de moord was opgepakt maar op zondagmiddag 2 mei weer was vrijgelaten mij nog diezelfde middag verteld dat hij ongewild en onbedoeld bij de moord op Marianne Vaatstra betrokken was geraakt en dat ‘iemand van hier’ de moord had gepleegd. Toen ik hem er naar vroeg, zei hij dat hij bedoelde iemand van het AZC en wel zijn beste vriend Ali Hassan. De persoon die Feik bedoelde was ook mij bekend omdat wij over en weer vrienden waren. Feik heeft mij verder verteld dat Marianne Vaatstra met de auto vanuit Kollum is meegenomen. Ik verklaar tevens dat de Ali Hassan die de politie in Turkije heeft opgepakt en die ook in het programma van SBS6 en Een Vandaag is geweest absoluut niet de Ali Hassan is die Feik bedoelde als zijnde de moordenaar van Marianne Vaatstra. Ik kan dat weten want ik kende Ali Hassan als gemeenschappelijke vriend heel goed en wist ook precies hoe hij er uit zag. Ik heb het dus over de Ali Hassan die in de nacht van de moord is verdwenen en door niemand ooit is teruggezien. Deze Ali Hassan was bewoner van het AZC, maar het was mij bekend dat hij ook een kamer in Leeuwarden huurde.”

Een derde verklaring van Riad ondersteunt de verklaring van Fa’ek en Rida over de gang van zaken in de nacht van de moord:

Van vrijdag op zaterdag 30 april en 1 mei 1999 was ik bij een vriend op bezoek op het AZC te Kollum. Rond 02.30 uur werd mijn vriend gebeld door iemand die wist dat ik bij hem op bezoek was en dat ik nog die nacht terug zou gaan naar Leeuwarden. Eerst werd er gebeld of ik nog aanwezig was en enkele minuten later met het verzoek of ik iemand een lift kon geven naar Leeuwarden. Ik heb daar positief op geantwoord en mij werd gevraagd om via de Lauwersmeerweg langs de Badweg in Kollum te rijden en vervolgens in de richting van Veenklooster. Zo reed ik ook altijd van het AZC terug naar huis. Onderweg zou de lifter zoals ik hierboven bedoel zich wel laten zien zo werd ij gezegd. Ik heb dat vervolgens gedaan en de betreffende persoon meegenomen. Ik kende de man die ik meenam als een bewoner van het AZC en had hem vaker gezien in het bijzijn van andere vrienden van mijn vriend. Ik schrok heel erg toen ik zag dat hij behoorlijk onder het bloed zat en erg overstuur was. Ik schrok nog meer toen hij mij vertelde dat hij iemand vermoord had. Het was en zeer onsamenhangend verhaal maar het werd mij wel duidelijk dat het om een meisje ging. Ik heb hem afgezet in Leeuwarden aan de Kleine Kerkstraat in Leeuwarden. Hij heeft me onderweg wel verteld dat hij Ali heette. Pas enkele dagen later drong het allemaal tot mij door waar zijn verhaal mee te maken had. Ik durfde daarmee niet naar de politie omdat ik bang was dat men ook mij zou verdenken. Ook toen ik later werd verzocht om me te melden op het politiebureau heb ik niet gezegd wat er gebeurd was uit angst dat ik er problemen mee zou krijgen. De politie confronteerde mij met een verklaring van mijn vrouw maar ik heb dat toen ontkend. Omdat ik bang was voor sporen heb ik mijn kleren nog diezelfde nacht uitgedaan en bij een vriend op het AZC in Burgum andere kleren aangetrokken. Die kleren zijn, zo heb ik begrepen, later teruggevonden maar gelukkig wezen deze niet naar mij. Ik betreur het dat ik dit niet allemaal eerder hebt verteld maar ik was bang dat ik gearresteerd zou worden

Het betreft hier drie onafhankelijke verklaringen.
◾Feik, Rida en Riad hebben elkaar na de moord niet meer gezien.
◾Verklaringen zijn identiek, aanvullend en aansluitend.
◾Alle drie zijn met rust gelaten door Justitie en/of uitgesloten van betrokkenheid.

Getuigen die voorts gehoord kunnen worden voor onder meer de bevestiging dat Ali Hassan een kamer in Leeuwarden huurde, zijn de eigenaar/huisbaas van het pand Jacob Visser, toenmalige huurder Sietse den Iseger en toenmalige huurster Rosalyn van Zessen. Deze laatste verklaart onder meer als volgt tegenover Justitie en de Telegraaf (produktie 2) :

„Met Ali hadden Sietse en ik slecht contact: hij was stil, teruggetrokken en sprak gebrekkig Nederlands. Hij straalde iets engs uit, en dat werd bewezen op die ochtend van 1 mei 1999, tussen 08.30 en 09.00 uur”, verklaart de nieuwe getuige.

“Ik liep die ochtend de trap af naar beneden om naar mijn stageplaats te gaan. Ik woonde op de bovenste verdieping, Ali op de middenverdieping. Zijn deur stond open. En dat was vreemd, want bij wijze van spreken deed hij zijn deur nog op slot als hij naar het gezamenlijke toilet moest. Ik vreesde dat er iets mis was. Daarom liep ik zijn kamer binnen. Na amper een minuut stormde hij overstuur zijn kamer binnen. Ik keerde mij om en schrok me wezenloos: hij droeg een wit T-shirt en een blauwe broek, onder het bloed, vooral bij zijn buik. Hij legde een bebloed mes – met een zwart handvat – neer op een laag, glazen tafeltje aan de rechterkant van zijn kamer.”
Haar verklaring vervolgt: „Volgens mij besefte hij niet eens dat ik er stond. Hij was zo in zichzelf gekeerd dat hij gewoon langs me heen liep en neerplofte op de bank. Toen zei hij, in gebrekkig Nederlands, dat ze haar strot dieper hadden moeten doorsnijden. Twee, drie keer vroeg ik wie hij daarmee bedoelde. Waarop hij verward antwoordde: Marianne Vaatstra. Hij sprak haar naam goed, duidelijk verstaanbaar uit. Het eerste wat ik dacht was: ’Die is echt flink gestoord’. Ik stormde zijn kamer uit en ging naar mijn werk.”

Het behoeft geen betoog dat deze verklaring nauwkeurig aansluit op de verklaring van Riad.

Na de aanhouding van Fa’ek en zijn belastende verklaring is besloten om Fa’ek op de eerste werkdag, maandag 3 mei 1999, over te plaatsen naar een ander AZC, het AMOG centrum Musselkanaal. Getuigen hiervoor zijn onder meer de toenmalige sportleraar van het AZC, Age Bruining, en beveiliger Ronnie Pander.

Getuige Isabella heeft op de ochtend van 3 mei 1999 op het AZC gehoord dat Fa’ek en Ali betrokken waren bij de moord op Marianne Vaatstra. Zij heeft deze informatie terstond aan de politie doorgegeven. Nog dezelfde dag werd zij gebeld door Fa’ek met de boodschap: Als jij niet stopt met praten, word jij ook vermoord! Van deze telefonische doodsbedreiging deed zij de volgende dag samen met haar vader aangifte. Deze aangifte is nooit vervolgd. Hetgeen alleen maar verklaard kan worden uit het feit dat de aanhouding en verklaring van Fa’ek verborgen moest blijven. Een meer schunnige behandeling van een getuige voor de ware toedracht bestaat niet. Men mag zich ook afvragen hoe en van wie Fa’ek zo snel wist dat Isabella bij de politie was geweest met informatie over hem.

Fragment uit het proces verbaal van Age Bruining: Ik herinner mij nog goed dat Feik nooit een wedstrijd miste, behalve op zaterdag, 1 mei 1999. Ik begreep wel dat Feik weg moest uit Kollum, want het AZC ‘stond in brand’. Ik heb gezien dat Feik uitgeleide werd gedaan door Nettie Groeneveld, de directeur van het AZC en haar plaatsvervanger. In een krantenartikel loochende zij dit later. Dit stoorde mij omdat ik het zelf had gezien.

Verklaring van Ronnie Pander: In het jaar 1999 was ik in dienst van het COA als beveiliger van het AZC Kollumerland. In die hoedanigheid kende ik vrijwel alle bewoners van het AZC Kollummerland. Zo ook Ali Hassan en Feik Mustafa. Na de moord op Marianne Vaatstra heb ik Ali Hassan niet meer op het AZC Kollumerland gezien. Op maandag 3 mei 1999 was ik samen met een agogisch medewerker en directeur Louis Uijl aanwezig bij de uitzetting van Feik Mustafa. Wij hebben Feik Mustafa op een taxi gezet. Later kwam directrice Nettie Groeneveld er ook bij. Mijn collega vroeg nog aan de heer Uijl: Waarom moet Feik weg? De heer Uijl antwoordde: Hij is zijn leven hier niet meer zeker. Ik vroeg daarop: Waar gaat hij heen? De heer Uijl antwoordde: Hij gaat naar Musselkanaal.

AZC directeur Louis Uijl in een gesprek met Wim Dankbaar (produktie 1):

Wim: Oké, oh, dat was mij allemaal nog onbekend, dus ja dat weet ik niet, maar ja, kunt u dan ook zeggen of u kunt bevestigen dat u bij de uitzetting van Feik Mustafa aanwezig bent geweest?

Louis Uijl: Maar dat was een andere zaak, hè?

Wim: Op 3 mei 1999?

Louis Uijl: Ja ja, dat klopt.

Tot de overplaasting van Fa’ek is besloten en opdracht gegeven door Harm Brouwer en Joris Demmink. Beiden hadden gezamelijk het gezag over het AZC, burgemeester en politie. Dit wordt ook tot tweemaal toe bevestigd door AZC directeur Louis Uijl (produktie 1):

Wim: En waarom moest Feik dan zo snel weg? In verband met welke zaak?

Louis Uijl: Nou, wij waren volop bezig met Marianne Vaatstra, met politie en met het hele centrum en met de directie en op dat moment diende zich dit aan waarbij dus die verkrachting dan wel aanranding aangegeven werd door, ik weet niet meer of zij Stephanie heette, maar in ieder geval is er dus bij de zoon van Mustafa ook DNA afgenomen en op dat moment is er besloten – met goed weten in de Driehoek – dat er dus een overplaatsing naar een ander centrum zou plaatsvinden.

Wim: Maar ik vind het een beetje vreemd klinken, eerlijk gezegd, het was bekend dat deze man verdacht werd van de verkrachtingszaak van een jong meisje, maar dan wordt hij direct overgeplaatst naar een ander AZC?

Louis Uijl: Nee, nee, dit was in volledig overleg met burgemeester en met politie , dus ik zeg al in de driehoek…

De driehoek bestaat uit de burgemeester, korpschef en Hoofdofficier van Justitie. Gezien de hierarchie en gezagsverhoudingen kan het niet anders dat deze overplaatsing heimelijk is bevolen door Harm Brouwer en Joris Demmink.

Vervolgens hebben zij het justitiële apparaat aangestuurd om deze gang van zaken te verzwijgen en te ontkennen. Enkele voorbeelden van berichten in de weken na de moord:

Onder leiding en eindverantwoordelijkheid van Harm Brouwer en Joris Demmink is dus doelbewust gekozen om het publiek te misleiden. Er werd ontkend dat er een asielzoeker was aangehouden , in schril contrast met de waarheid dat Fa ‘ek reeds op de dag van de moord was aangehouden en een verklaring had afgelegd. Er werd tevens gesteld dat er geen enkele aanleiding was om verdachten in het AZC te zoeken, nadat Fa ‘ek en Ali dus door Justitie zelf buiten beeld waren gebracht.

AZC directrice Nettie Groeneveld heeft publiekelijk en via de media altijd ontkend dat er in de weken na de moord een asielzoeker is overgeplaatst. Dit terwijl zij zelf aanwezig was bij de uitgeleide van Fa’ek Mustafa. Mevrouw Groeneveld heeft zich daarmee ook schuldig gemaakt aan misleiding van het Nederlandse publiek, sabotage van een strafrechtelijk onderzoek en belemmering van de rechtsgang.

Op zaterdag 1 mei 1999 is Ali Hassan, wederom in opdracht van Harm Brouwer en Joris Demmink, aangehouden op zijn huurkamer aan de Kleine Kerkstraat te Leeuwarden. Deze aanhouding door de Friese politie kan slechts in opdracht van de Hoofdofficier Harm Brouwer zijn geschied. Niet om hem te verhoren en te berechten, maar om hem heimelijk dezelfde dag naar het toenmalige grenshospitium Amsterdam te brengen, een uitzetcentrum van het COA dat onder gezag van Joris Demmink viel. Van daaruit is Ali Hassan nog datzelfde weekend heimelijk naar Noorwegen uitgezet.

De bron hiervoor is Alexandra Schaapherder, destijds bewaakster bij het grenshospitium. In een opgenomen gesprek (produktie 3) verklaart zij onder meer als volgt:

Afwijkende omstandigheden:

– Ali had geen bagage en papieren bij zich. Hij stelde zich voor als Ali.

– Hij werd door twee agenten in een bus gebracht, normaal gebeurt dit door de Marechaussee.

– Ali kwam uit een ‘open kamp’ uit Friesland.

– Het was na sluitingstijd half 10 ‘s avonds, de administratie was al naar huis. Er is geen intake gemaakt van zijn binnenkomst.

– Ali werkte mee aan zijn uitzetting, vocht deze niet aan.

– Hij was binnen 2 dagen uitgezet.

– Alexandra herkent Ali van de opsporingsfoto.

Dat Ali Hassan naar Noorwegen is uitgezet blijkt uit verklaringen van ex-gedetineerde Gerrit Veldman en Rode Kruis medewerker Anton Holleboom:

Inmiddels zijn de volgende elementen uit hun verhaal glashelder geworden:
◾Er zit bij Gerrit Veldman in de gevangenis te Kristiansand een korte gedrongen Irakees van ongeveer 26 jaar, precies volgens het opsporingssignalement van Justitie.
◾De man spreekt nauwelijks Nederlands en gebrekkig Engels, precies zoals andere getuigen die Ali uit Kollum kenden, ook zeggen.
◾De man is een asielzoeker.
◾Hij heeft in Nederland gewoond, blijkens zijn adressenboekje in de omgeving van Kollum.
◾Zijn voornaam is Ali.
◾Hij is blijkens zijn papieren rond 5 mei 1999 naar Noorwegen gekomen.
◾Hij wordt schuchter en ontwijkend wanneer hij beseft dat Veldman en Holleboom Nederlanders zijn en lastige vragen beginnen te stellen. Veldman en zijn Rode Kruis consultant Anton Holleboom herkennen Ali van de opsporingsfoto. Met honderd procent zekerheid.

Met de tips van Veldman en Holleboom die via de Telegraaf bij het OM werden aangeleverd, is niets gedaan. Er werd door het OM binnen enkele dagen naar de Telegraaf gesteld dat deze man reeds uitgesloten was middels DNA. Dit is, zeker in het buitenland, onmogelijk binnen zo’n korte tijd en kon uitsluitend beweerd worden vanuit de wetenschap dat dit de juiste man was die zogenaamd werd “gezocht”. De bewering is tevens in flagrante tegenstrijd met de publiciteit de dato 5 maart 2010 van persofficier Henk Mous:

http://www.volkskrant.nl/binnenland/getuige-in-zaak-vaatstra-vergist-zich~a996552/

“We hebben het verhaal over Ali de celgenoot alsnog onderzocht’, zegt Mous. ‘Deze week zijn we erachter gekomen dat die man helemaal geen Ali heet. Daarnaast zat de zogenaamde Ali op het moment van de moord vast.”

Er was immers helemaal geen noodzaak om deze man in 1999 uit te sluiten middels DNA, als de man geen Ali heette. De beweringen dat de man in 1999 is uitgesloten op DNA, dat de man geen Ali heette, dat de kwestie alsnog is onderzocht, dat de man ten tijde van de moord vast zat, zijn allemaal klinkklare leugens in opdracht van zijn superieuren Joris Demmink en Harm Brouwer. Verder is het verhaal van Henk Mous intelligentiebeledigend. Er wordt niet ontkend dat Rosalyn van Zessen een bebloede Ali tegenkwam die murmelde dat de strot van Marianne Vaatstra dieper doorgesneden had moeten worden, er wordt slechts gesteld dat Van Zessen zich in de datum heeft vergist. Bovendien maakt Mous van Marianne Vaatstra’s strot “iemand’s strot”. En volgens Mous woonden er wel vijf Ali’s in de straat. Maar ook in het pand waar Van Zessen een kamer huurde? Van Henk Mous moeten we dus geloven dat dit voorval wel heeft plaats gevonden, alleen niet op de datum van 1 mei 1999. Hoe groot is dan de kans dat Henk Mous de waarheid vertelt? En in wiens opdracht doet hij dat? Graag lever ik als bewijsstuk een huurkwitantie aan Rosalyn van Zessen gedateerd april 1999, getekend door huisbaas Jacob Visser. Waarmee ook de bewering dat zij zich in de datum heeft vergist, is bewezen als een leugen.

Hiermede kan aangetoond worden dat Demmink en Brouwer de werkelijke moordenaar van Marianne Vaatstra een stiekeme vrijgeleide hebben gegeven. Andere getuigen die de uitzetting van Ali Hassan kunnen bevestigen zijn de toenmalige bewaker Eric Perotti en de directrice Josta van der Kooye (nu directrice bij de koepelgevangenis Haarlem).

Hoewel Harm Brouwer en Joris Demmink reeds op de dag van de moord beschikten over een verklaring van Fa’ek dat Marianne in de caravan van Wolfgang Hebben is vermoord, is er niets ondernomen om deze caravan als plaats delict af te schermen en aan onderzoek te onderwerpen. Brouwer en Demmink hebben zich hiermee minimaal schuldig gemaakt aan ernstige nalatigheid. De (inmiddels onbewoonde) caravan van Wolfgang Hebben brandde in de nacht van 26 juni 1999 tot de grond toe af. Volgens de politie was kortsluiting de oorzaak, een bijna onmogelijk feit in een onbewoonde caravan waar de elektriciteit niet gebruikt werd. Hiermee was in elk geval alle bewijsmateriaal als plaats delict vernietigd. Wolfgang zelf werd uitgesloten van betrokkenheid bij de moord middels DNA, via de belachelijke redenering dat als het je sperma niet is, je ook niets weet over de moord. Dit terwijl men vanaf de eerste dag een verklaring had dat Marianne in het bijzijn van Wolfgang in zijn caravan was vermoord. Ook de auto van Wolfgang heeft hij direct na de moord in Duitsland laten vernietigen. Dit terwijl de politie moet hebben geweten dat Marianne niet is vermoord in het weiland waar ze gevonden werd. Los van de verklaring van Fa’ek, had elke rechercheur dit direct kunnen constateren aan de hand van de afwezigheid van bloed op de vindplaats, terwijl sectie had uitgewezen dat ze bijna 3 liter bloed had verloren. Iets wat zelfs wordt bevestigd door officier van Justitie Henk Mous in zijn requisitoir tegen Jasper Steringa.

De badmeester Andries Visser van het nabijgelegen openluchtzwembad tussen het AZC en de vindplaats van Marianne, vond op de ochtend van de moord een zwaar bebloed trainingsjack in de bosjes van zijn zwembad. Ali Hassan droeg vrijwel continu een trainingspak volgens alle getuigen die hem kenden. Het trainingsjack is door Visser naar de politie gebracht. Het is verdwenen. Nadat Visser een aantal malen had geïnformeerd over de status van dit bewijsstuk kreeg hij bezoek van de burgemeester en een officier van Justitie. Hij moest ophouden met vragen over het trainingsjack als hij zijn baan wilde behouden. Verzwijging en vernietiging van een belangrijker bewijsstuk, is nauwelijks denkbaar in een onderzoek waarvan Harm Brouwer de eindverantwoordelijke was. Tevens blijkt hieruit dat het OM en burgemeester Piet Visser zich onder leiding van Demmink en Brouwer schuldig hebben gemaakt aan intimidatie van een getuige.

In oktober 1999 werd een Ali Hassan in Turkije gearresteerd. Deze man werd uitgesloten op DNA. Hiervan werd door Justitie gesteld dat het dezelfde Ali Hassan was die in het AZC Kollum had gewoond, de vriend van Fa’ek die sinds de moord was verdwenen. Dit is aantoonbaar onwaar. Niemand van de getuigen die Ali Hassan kenden uit het AZC, herkent de gearresteerde man als de Ali Hassan die zij kenden. Bovendien was deze man 25 tot 30 cm langer dan de hen bekende Ali Hassan. Als niemand deze man herkent, dan is het in feite bewezen dat het niet de gezochte Ali Hassan was. Ook Fa’ek en Rida stellen dit (zie hun bovengenoemde verklaringen). Andere mensen die hetzelfde verklaren zijn onder meer: Isabella Wagenaar, Ronnie Pander, Bertus Veenstra, Stephanie van Reemst, Nienke Hoekstra, Sikko Pander, Jacob Hoeksma, Age Bruining, Rosalin van Zessen, Aranka Farkas, Gerrit Alma, Aafke Kloosterman.

Het heeft er dus alle schijn van dat Joris Demmink en Harm Brouwer ook toen reeds doelbewust het publiek hebben misleid door een verkeerde man te laten arresteren, om zo de juiste Ali Hassan uit te sluiten die zij zelf hebben afgevoerd via het grenshospitium.

Onder druk van de publieke opinie, onder meer door uitzendingen van EénVandaag en publicaties van ondergetekende, werd in 2011 door het OM het zogenaamde rapport “Onderzoek Ali H” uitgebracht. Dit rapport concludeert dat er geen aanwijzingen zijn gevonden dat de verkeerde Ali Hassan in oktober 1999 is gearresteerd. Geen van de bovengenoemde getuigen die Ali Hassan kenden, werd echter benaderd om deze conclusie te staven dan wel te loochenstraffen. Het rapport is niets meer dan een verzameling doorzichtige leugens. Ook dit rapport werd onder auspiciën van Joris Demmink en Harm Brouwer samengesteld. Zij waren immers in 2011 opgeklommen tot respectievelijk de hoogste mannen van Justitie en het Openbaar Ministerie.

Voordat dit “onderzoek” werd afgerond hebben ik en de moeder van Marianne Vaatstra de verantwoordelijke hoofdofficier Mr. Annette Bronsvoort veelvuldig op de hoogte gesteld van een vriend van Ali Hassan die nu in Groningen woont. Deze vriend van Ali Hassan kon (en kan) ook de vraag beantwoorden of de juiste Ali Hassan in Turkije is gearresteerd. Volgens eerder genoemde getuige Isabella heeft zij deze vriend in februari 2009 in het gezelschap van Ali Hassan gesignaleerd. Deze informatie heeft zij aan Bauke Vaatstra gegeven, die het aan het OM heeft doorgespeeld. Het resultaat was dat de vriend Isabella belde op Koninginnedag 2009 om een afspraakje voor te stellen na middernacht, het tijdstip waarop Marianne exact 10 jaar eerder werd vermoord. Isabella heeft dit als een ernstige bedreiging ervaren. Ook deze informatie heb ik aan mevrouw Bronsvoort gegeven. Als de getuigenis van Isabella betrouwbaar is, dan is deze vriend zelfs bekend met de huidige verblijfplaats van Ali Hassan. Mevrouw Bronsvoort heeft echter niets gedaan met alle informatie en de vriend is ook niet benaderd voor het “Onderzoek Ali H.”. Evident noodzakelijke onderzoekshandelingen zijn opzettelijk niet gedaan. Ook mevrouw Bronsvoort heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan ernstige nalatigheid, plichtsverzuim en belemmering van de rechtsgang. Het vervolg is zo mogelijk nog meer bizar en symptomatisch voor hoe getuigen en klokkenluiders in deze zaak zijn behandeld. De vriend deed aangifte van smaad tegen mij, waarin hij nota bene erkent Ali Hassan te kennen uit zijn AZC tijd, welke aangifte pas na twee jaar en na de veroordeling van Jasper Steringa werd vervolgd. Tijdens de rechtszaak werden mij alle getuigen die ik wilde oproepen ontzegd en ik werd veroordeeld op de volledig valse grond dat ik verzuimd had mijn bevindingen met Justitie te delen. Dit terwijl de rechtbank in het bezit was gesteld van al mijn correspondentie met hoofdofficier Bronsvoort.

Voorts verdienen de volgende omstandigheden nog vermelding. Ik heb in juni 2015 een boek uitgebracht onder de naam Het Vaatstra Complot, waarin ik onder meer de genoemde beschuldigingen van strafbare feiten door de heren Demmink en Brouwer uit. Beiden heb ik op de hoogte gebracht van de inhoud van het boek. De heer Demmink staat afgebeeld op de voorkant met de tekst “Hoofd Doofpot”. Beiden hebben niet gereageerd op de loodzware aantijgingen in het boek. De heer Brouwer en het OM hebben zelfs laten weten niet te willen reageren op het boek, dat door de lezers unaniem wordt geroemd. Daarmee is weliswaar de waarheid nog niet bewezen, maar onder het spreekwoord “Wie zwijgt, stemt toe” is het minst genomen een indicatie dat de heren Brouwer en Demmink zich niet durven te verantwoorden. Dit is des te opmerkelijker omdat met name de heer Brouwer zich als baas van het OM sterk maakte voor open verantwoording en transparantie:

Om mij tot mijn éigen organisatie te beperken, waarom hecht het huidige OM zo aan openbaarheid?

Uiteraard gelden ook voor ons de gewone eisen van openheid als voor ieder ander overheidsorgaan in een democratische staat. De volksvertegenwoordiging moet immers zicht hebben op de wijze, waarop overheidsorganen zich van hun publieke taak kwijten.

De noodzaak voor het OM om openheid te betrachten, gaat echter veel verder. Uitgerekend wij, die het gedrag van anderen beoordelen en kwalificeren en daar zo nodig een straf voor eisen, dienen door middel van openbaarheid verantwoording af te leggen, althans ons toetsbaar op te stellen voor de buitenwereld. Het gaat daarbij niet alleen om de uiteindelijke uitkomst van een strafzaak, maar ook om de vraag of de regels aan de hand waarvan de zaak is onderzocht, keurig zijn toegepast. Willekeur is zéker zo funest voor het vertrouwen in de strafrechtspleging als het gevoel, dat een beslissing onjuist is.

Vergeet in dit verband ook niet, dat het openbaar ministerie monopolist is op het gebied van vervolging. Wij zijn de enige instantie, die iemand voor de strafrechter kan brengen. Dergelijke macht schept verplichtingen binnen een samenleving. Het is aan het OM om zichtbaar te maken, waarom het in dit verband de keuzen heeft gemaakt, díe het heeft gemaakt. Dat geldt net zo goed voor een beslissing om wél te vervolgen, als om níet te vervolgen. Het OM moet zichtbaar maken op welke wijze het invulling geeft aan het algemeen belang. Als het OM geen openheid van zaken zou geven, laadt het in ieder geval de verdenking van willekeur op zich.

En ten slotte: wij moeten met ons handhavende optreden potentiële wetsovertreders ervan weerhouden om in de fout te gaan. Gelet op het brede scala aan normen, die wij hebben te handhaven, behoort heel Nederland tot onze doelgroep. Dat betekent, dat onze boodschap bij een publiek van zestien miljoen mensen terecht moet komen. Dat kunnen wij niet zonder de media, hetgeen nog een reden te meer is, waarom het OM transparantie aan de dag moet leggen.

Openbaarheid is voor ons geen keuze, maar een essentiële bestaansvoorwaarde. Wij kunnen onze taak alleen dan uitoefenen, wanneer wij naar buiten gericht zijn.

Het is aan het OM om zichtbaar te maken, waarom het in dit verband de keuzen heeft gemaakt, díe het heeft gemaakt. Dat geldt net zo goed voor een beslissing om wél te vervolgen, als om níet te vervolgen.Het OM moet zichtbaar maken op welke wijze het invulling geeft aan het algemeen belang. Als het OM geen openheid van zaken zou geven, laadt het in ieder geval de verdenking van willekeur op zich.

Overigens geldt ook hierbij een volstrekte openheid als wij een fout zouden maken. Niet hopen of gokken, dat het zal overwaaien, beste collega’s, maar actieve openheid en verantwoording.

Bron: https://www.om.nl/vaste-onderdelen/zoeken/@60548/zwijgen-zilver/

Ik verzoek de bevoegde instanties in het algemeen maatschappelijke belang zo spoedig mogelijk een strafrechtelijk onderzoek te starten naar de zeer ernstige strafbare feiten waaraan de heren Demmink en Brouwer alsmede de overig genoemde ambtenaren, zich hebben schuldig gemaakt. Om deze aangifte nader toe te lichten of er vragen over te beantwoorden, ben ik steeds tot uw dienst.

Met vriendelijke groet,

Wim Dankbaar, mede namens:
Yvonne Hoekema
Akky van der Veer
Koen van Stigt Thans
Ed Middelkoop
Henk Kok
Robert van der Zon
Ayla van der Heide
Dirk Klinkert
Wouter Kok
Willem van Dijk
Rudy Algera
Ben Teeninga
Henk Breukink
Geert Bakker
Gabriëlle van der Linden
Jean Lambrecks
Els Schreurs
José Even
Gea van der Veen
Dory re-schuil
Hannie Wijnen
J.J. Vreeman
Hennie Waanders
Rudy Dankbaar
Henk van Putten
A.C. Meulenkamp
Gerrit Cnossen
Gepke de Leef
Patricia Harms-van Hal
Jacky Hagemann
Mike van den Bos
Ronald Beetz
Rop Dijkstra
Bertus Naagen
Jim Rol
Elly Bezemer (postuum)
Reindert Groot
Ellie Esser
Ramon van der Wal
Nelleke Bakker
Marijke Heijmans
Frans van den Dop
Ron Smedts
Freerk Heidinga
Ernst van Santen
Dennie Boshuizen
Ineke Folmer
Rutger Kriek
Jan Reijnen
Michel Homminga
Sandy Breedveld
Gerrit Veldman
Hans Ringenier
Anton Holleboom
Boudine Berkenbosch
Bert Maathuis
Johnny Ligtenberg
Wim Meter
Henk Duimstra
Trijnie Duimstra
Pieter de Groot
Renze Merkus
Klaske Ferwerda
Anna Jellema
Myra de Weerdt
Aad de Groot
Robert Schets
Annet Dekker
Nico van den Ham
Frides Lameris
Christine Boonstra
Henk Goslinga
Ronald Camphuijsen
Rob Arts
Raymond Jagtenberg
Marc Rooker
Rob Brockhus
Atie Loonstra
Patrick den Hollander
Pim Boswijk
Gerben Kockelkoren
Dieuwke Hartog
Edwin Boos
Anne Goorden

Flag Counter

 

Sinds 14 januari 2013 Motigo Webstats;


Free counter and web stats


 
#####################################################


#####################################################

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>